En nog meer deuntjes

Niet alleen ik hou van muziek, ook mijn kindje. In de stad wijst ie naar de kerktoren en gaat wiebelen. Bij de eerstvolgende bocht staat vaak een ouderwetse karrousel. Weer wiebelen. Met kont en heup. Tweehonderd meter verderop: een draaiorgel. Daar is ie niet meer bij weg te slaan. Ik zou rustig kunnen gaan winkelen. 20 minuten later, maar Max is nog steeds niet moe van het dansen.

En daarom bedacht ik dat hij wel toe is aan zijn eerste cursus. Zijn eerste officiële les. (Want dingen als babyzwemmen of baby-yoga heeft deze pragmatische moeder lekker overgeslagen.). Gisterochtend was het zover: ‘Muziek met peuters’.

Dat betekent in een kringetje zitten met een stuk of zeven andere kinderen en hun moeders (welgeteld: één vader). En dan in de handen klappen en meezingen. Gênant. Vind ik althans. In een groep met andere ouders hou ik me op de achtergrond. (Wat op zich bijzonder is, want dat is wel eens anders, weten collega’s en vriendinnen). Voor anderen zingen, huppeldansjes doen en dan ook nog in het Duits je kind luidruchtig aanmoedigen. Nee.

Ik fluisterde zachtjes in zijn oor, vond het stiekem best leuk dat hij vooral veel plezier had bij het klimmen op ieders stoel, en liet het over me heen komen.

Of er een grote muzikant in hem schuilt? Geen idee. Ik ga dapper mee, net zolang als ie het leuk vindt.

Van het oor naar de benen

Zonder muziek kan ik niet hardlopen. En dat laatste moet ik nu steeds vaker; immers wil ik eind maart 21 kilometer op een fatsoenlijke sportieve, liefst athletische wijze rennen.

(Dat dreigt trouwens al bijna te mislukken, de lange wintermaanden maken dat ik op de bank teveel snoep. En daar kan ook twee tot drie keer lopen tegenwoordig niet tegenop. Ik hou me aanbevolen voor tips om daar snel weer van af te komen!).

Dat met dat ritme in mijn oor heb ik overgehouden aan de jaren dat ik fanatiek danste. Met kostuums (zie links), optredens en wekelijkse trainingen heb ik zo’n zeven jaar van mijn leven gevuld. Daarna pas kwam het hardlopen. En ook dat gaat dus niet zonder Boemboem of melodie.

Zonder mijn afspeellijst ‘hardlopen’ ben ik niet vooruit te branden. Nu de winter hopelijk langzaam zijn einde nadert, wordt het ook nodig tijd om mijn lijst te verversen. Ook al zijn de foute dance-nummers nog zo lekker – mijn benen en oren schreeuwen om frisse wind.

Mijn oude lijst heb ik inmiddels aangevuld met 5 ‘Ohrwurm’-platen. Nu moet ik de andere 58 nog zien te vervangen. Voor minstens twee uur lang trillende oren. En sterke benen.

(Schrik niet trouwens, ik loop soms op ontzettende baggermuziek; maar die zorgt wel voor vleugels!)

1. I Remember – Deadmau5&Kaskade

2. Wonderfull Days – Charlie Lownoise&Mental Theo

3. Love Etc. – Pet Shop Boys

4. Komodo – Mauro Picotto

5. When the Sun comes down – R.I.O.

Mannen en wagens

Hutjemutje staan ze buiten bij elkaar. Te koukleumen. Maar dit is belangrijk, zeer belangrijk. Vriend J. en de twee overbuurmannen. J.’s broer heeft er speciaal een uur voor gereden om erbij te kunnen zijn. De buurman van hiernaast schuift even later ook nog aan. Tussen hen in een zwarte bolide. Onze nieuwe Gebrauchtwagen.

Ik bekijk het mannelijke onderonsje vanaf de bank. Binnen. Op tv de afdaling van de vrouwen, Olympische Spelen. Hoe toepasselijk. In Vancouver zijn het vijf ringen, op onze oprit zijn het er maar vier. Maar die winnen vanavond.

Ja, hij is mooi. En ja, hij rijdt lekker. Er zitten heel veel knopjes aan en in, en zelfs sfeerlichtjes onder de pedalen, als in een vliegtuig.

En ja, ik ben er heel blij mee. En dat niet alleen omdat ik nu mijn eigen vier wielen weer voor mezelf heb (wat een luxe, pfffff…).

Maar ik zal nooit begrijpen dat mannen in heerscharen om een auto heen gaan staan om ‘m gezamenlijk te aanbidden.

Groeten uit Leutekum

Optocht hier, optocht daar. Al twee weken geleden kregen we een carnavalskrant in de bus. Van vereniging De Billekletsers. Ja, echt waar, zo heten ze. De lokale kroeg is ‘besmet gebied’ en in de stad gaan de cafés alleen nog open voor de gekostumeerde medemens. Met op maandagochtend: een kroegentocht (dat zouden ze eens in april moeten proberen…). Duidelijk dus: ook boven de rivieren wordt stevig carnaval gevierd.

Als kind deed ik met enthousiasme mee aan ‘Fasching’ zoals dat destijds in Berlijn heette. Gewoon op de crèche en later in mijn eigen basisschoolklas, op kleine schaal. Ik ging als Pippi Langkous, als kat of als Roodkapje. Altijd binnen, want zoiets als een optocht kende ik niet. (Nu is dat zelfs in de Duitse hoofdstad veranderd: vanuit het hele land verhuizen de ‘Jecken’ of ‘Narren’ naar de stad en nemen hun gebruiken gewoon mee. Daarom zijn er nu hele grote optochten, terwijl de gewoner ‘Berliner’ daar geen boodschap aan heeft.).

Als volwassen mens heb ik me nog nooit verkleed. En ook de carnavalskrant heeft vriend J. en mij niet kunnen overhalen om er aan mee te doen. En toch lijkt het me stiekem best wel leuk.

Zoals collega I. bijvoorbeeld. Ze heeft nog nooit carnaval gevierd, maar nu heeft ze een vriend die uit Limburg komt. En dan moet je wel. Ze heeft een vampierskostuum gekocht, met een corset en een wijdlopende tulen rok. Gaaf!, dacht ik toen ik het hoorde. Ik kreeg er best zin in. Volgens mij begint de lol al bij het schminken.

Nee, geen Billenkletsers, prinsen of prinsessen. Maar zelf verkleden? Waarom eigenlijk niet? Ik wacht op de uitnodiging van een carnavalsgek. Een hele grote groep die ons meesleurt in het feestgedruis. Anders durf ik niet. Misschien volgend jaar? Of het jaar daarna?

Letters tussen twee deksels

Ik heb een bijna vergeten deugd opnieuw ontdekt. Lezen.
Na André Agassi ben ik geswitcht van genre. Tolstoi. Anna Karenina. En ik vind dat een prima combi, want mijn hele leven lees ik al van alles door elkaar.

Goed, de Bouquet-reeks heb ik overgeslagen, maar in Duitsland heb je soortgelijke en eigenlijk nog vreselijkere ‘boekjes’. Die heten daar ‘Arztromane’ en zien er ongeveer zo uit. Dat zegt alles. Ik las dat soort boekjes toen ik twaalf was, en nog één keertje op mijn 19e. Na mijn schoolexamen. Toen wilde er niks anders meer bij in mijn hoofd.

Ik kon lezen toen ik zes was, en rende vanaf dat moment naar de bibliotheeksbus. Ik was lid van meerdere bibliotheken, want als ik in de ene alle boeiende boeken voor mijn leeftijd had uitgeleend, ging ik naar de andere voor nieuw voer. Zo zat ik na de val van de muur ineens bij een bibliotheek in Kreuzberg, terwijl dat dik drie kwartier rijden was vanaf huis. Daar leende ik onder andere de boeken van ‘Mary Poppins’. Ik weet nu nog steeds heel goed hoe vreselijk ik het vond dat er na het vierde boek geen vijfde meer was.

Een paar jaar later werd ik zelfs nog eens lid van de Amerika-Gedenk-Bibliothek. Ik heb werkelijk geen idee meer waarom.

Na mijn studie ben ik een beetje gestopt met boekenlezen. Althans, het duurde steeds langer voordat ik ze uit had. Werken als journalist heeft doorgaans tot gevolg dat je vooral kranten leest, radio luistert en tv kijkt en als je zelf ook nog eens achter camera en computer kruipt, zijn je ogen ’s avonds moe. Bovendien doe ik nu ook nog mijn best om een klein mannetje te vermaken en mijn lichaam voor een halve marathon te trainen.

En toch zijn mijn ogen nu weer wakker geworden. Geen idee hoe, maar ik vlieg weer over de pagina’s. De zin in lezen is terug, ik hoef er geen moeite voor te doen. De bladzijdes rollen door mijn vingers. Net als vroeger. Of heb ik dan toevallig nu pas weer goede verhalen in mijn handen?

Deze stond al jaren in mijn boekenkast. En ik ben nu op pagina 300. Dat voorspelt veel goeds: misschien zijn al die ongelezen letters in mijn witte Lundia dit jaar nog aan de beurt.

Geheimtaal

Eh, eh, eh. – De wijsvinger gaat richting kast.
Eh, eh, eh. Even later: Ninnoe.
Hoe? – Ninnoe.
Nog weer twee tellen later: itte. Itte.
Nou. Tjoeketjoeke. – Een grijns.
Auto! Innoe. Innoe!
Brrrrrr. Nou. – Weer een grijns.
Tata, tata! – Dat kan heel veel zijn, dus even nadenken. Oh ja!
Ati, ati! – Prima! Doen we.

(Het is zo helder als ossenstaartsoep! Eerst wil Max een koekje, daarna ziet hij de tunnel voor de treinen. Dan wil hij gaan zitten en naar een boekje met treinen kijken. Daarna wil ie graag de auto hebben. En daar moet ook nog een mannetje in zitten. De auto rijdt weg en nu is Max moe en wil hij zijn slaapknuffel. Maar eerst nog even uitkleden. Helemaal logisch toch? Wij kunnen het prima verstaan. Max kan dus in onze ogen best goed praten. Maar als ik het nu nog even teruglees…hmmmmm.)

Gebaren op High Heels

Twee vingers tikken op de binnenkant van de arm. Vliegensvlug snellen ze daarna richting oor. Gisteren heb ik geleerd wat dat soort gekke bewegingen betekenen. Ik zat in het publiek bij Hints.

‘Klinkt als’ en ‘derde woord, twee lettergrepen’ zijn gesneden koek voor iedere Nederlander. Het oude en befaamde spelletje kennen ze zo niet in Duitsland en dus is het voor mij onderdeel van een eeuwig durende inburgeringscursus.

Ik begreep het wel heel snel, in het gebouw van Blue Circle, want vriendin S. legde de spelregels heel goed uit. Ze kon bovendien goed overweg met de kandidaten en schitterde op hoge hakken en een oogverblindende glittertop. Vriendin S. is namelijk de nieuwe presentatrette van Hints en dus heb ik haar gister op afstand bewonderd.

Ze deed het zo natuurlijk en vanzelfsprekend dat ik meteen helemaal in het spel zat. Nu weet ik dus eindelijk waarom de mensen met hun armen voor hun lijf gaan zwieren, hoezo een heel alfabet op één arm past en dat je met lichtsnelheid moet kunnen uitbeelden om van Plien en Bianca te winnen.

Ik waag me er niet aan. Maar ga wel alle negen afleveringen kijken.

Wie ook aan wil haken: vanaf 12 februari zijn vriendin S. en Hints negen keer te zien bij de KRO op Nederland 3!