Stepteams zoeken nieuwe leden

Nu de zomer in aantocht is, gaan veel buitensportverenigingen op zoek naar nieuwe leden. Niet alleen hardlopers en wielrenners dingen naar de gunst van duursporters. Ook stepteams mengen zich dit jaar om de strijd voor nieuwe leden.

Om het steppen uit te proberen, kunnen geïnteresseerden op de open dagen van Stepteam Amersfoort een step lenen.

Bekijk de reportage van verslaggever Ulrike Nagel.

(Camera)Stilte

Soms staat hier niks. Want dan ben ik druk. Gisteren bijvoorbeeld. Ik mocht de gloednieuwe camera testen die sinds een paar dagen het best bewaarde geheim van de redactie is. Het nieuwste van het nieuwste: want er gaat geen bandje meer in.

Een paar weken geleden zat ik nog achter een Berlijns bureau, met stapels groene tapes naast mijn oor. Letterlijk, want de bergen bandjes reikten nog net niet tot onder het plafond. Ouderwets, dacht ik toen.

Terwijl de camera waar ik dagelijks mee draai, ook nog steeds met een minibandje werkt. Dat betekent iedere verslagdag: wachten tot de boel is ingeladen. Ieder shot zie je voorbijkomen; als ik tijd over heb, ga ik ondertussen lunchen. Als de deadline nadert, kijk en schrijf ik mee (genaamd: spotten). De stapels gebruikte bandjes zijn weliswaar wat kleiner, maar nog steeds liggen ze in het zwart-rood op de inlaadstations.

En nu dan eindelijk de verwachte revolutie: de nieuwe camera werkt met een kaartje. 30 seconden en alles staat in mijn projectmap. Hij oogt wat vierkant en voelt nog een beetje neppig, maar de shots zijn steadier, de groothoek nog groter, en de scherpte-diepte mooier.

Ik geef toe: de reportage die ik ermee heb gedraaid en die vanavond de buis opgaat, is nog verre van briljant. De knoppen zitten op andere plekken, mijn vingers en ogen moeten nog wennen.

Maar: ik wil hem hebben! Dus: baas! Koop die dingen! Voor iedereen!

Filmsterren (net niet)

Het was op een doordeweekse dag, in maart 2006. 13 maart om precies te zijn, want ik kan het in mijn fotoarchief zo terugzoeken. We liepen voor het eerst samen door New York en bij dit plein kwamen we een filmploeg tegen.

Van die mannen die haast zwevende 500 kg camera’s op hun buik droegen, trossen met kabels, geluidshengels en honderden assistenten. En een actrice die ons bekend voorkwam. Daar

zat een jongetje met een gitaar naast. Die leek ook wel bij de crew te horen. Kiekjes maken dus, (zie naast tekst) en een tijdje blijven staan kijken.

Zeker drie keer namen ze een simpele loopscene op. De mensen die allemaal op het plein ronddwaalden, bleken figuranten. Die duidelijk wisten dat ze dus ook drie keer hetzelfde loopje moesten doen. Van links naar rechts, met een krantje onder de arm. En nog een keer, jawel.

We waren zo oplettend om even te vragen welke film hier werd gedraaid. ‘August Rush’ was het antwoord. Omdat we betweters zijn, dachten we eerst dat het om een valse titel zou gaan (doen ze vaak in Hollywood of NYC). En toen dachten we er vier jaar helemaal niet meer over na.

Onlangs gingen we het toch eens opzoeken. Of die opnames echt op het grote witte doek waren verschenen. En ja hoor! Uitgekomen in 2007 en gisteren als DVD bij ons op tafel. Zie daar, het jongetje met de gitaar deed echt mee (de foto van de filmposter lijkt zelfs daadwerkelijk op hetzelfde moment genomen als de onze, alleen dan van de voorkant).

En terwijl het verhaal flinterdun, vergezocht en overdreven Amerikaans romantisch aandeed: na een uur en een kwartier dat ene moment. Lyla loopt over het Washington Square Park. Het gezicht scherp close, kijkend door onscherpe figuranten die met een krant onder de arm van links naar rechts hollen. Achter de mensen een jongetje, scherp te zien door de ogen van Lyla. Het beeld valt op zijn plaats. We weten nu waar het destijds voor diende.

Maar hoe lang ik ook de achtergronden afspeurde gisteravond: ik kon ons nergens ontdekken.

Un petit peu

Ik kan geen Frans. Ok, ik kan ook geen Italiaans, Spaans of Hebreeuws. Jaloers ben ik op de mensen die in bladen of kranten staan en die zes talen vloeiend beheersen. Wil ik ook!

En vooral Frans had ik best kúnnen kunnen, want ik had het wel degelijk op school. Twee jaar maar, want mijn lerares maakte me het leven zuur en ontnam me ieder spatje vreugde voor die eigenlijk hele mooie taal.

Het lesboek ligt nog ergens op zolder bij mijn ouders, dat heb ik bewaard – ook nadat ik gestopt was met de lessen. Want ik kon er zo goed uit voorlezen. Ik had geen enkele moeite Frans mooi uit te spreken, maar stiekem had ik geen idee wat er stond.

Ook zonder Frans durf ik nog wel in Parijs te komen. Niet zo heel erg vaak, maar toch. Vriend J. en ik zijn er twee keer eerder geweest, maar een paar jaar later ben ik weer vergeten hoe de stad eruit zag. Nu heb ik mijn ogen eindelijk eens goed open gedaan.

We hebben die handige huurfietsen meegepakt en zijn 8 uur lang door de stad getrapt. Notre Dame, Le Marais, Centre Pompidou en Galeries Lafayette. De Champs Elysée was ons veel te vol, maar even verderop: ruimte zat.

En een aantal Rues naar het Oosten opnieuw een groot oud gebouw. Wat zou dit nou weer zijn? Na een uur fietsen zie je het niet eens meer. Al die pracht en praal is gewoon geworden.

En wij maar denken dat Berlijn een gave stad is. Parijs is eigenlijk vele malen mooier. Alleen die taal: dat wordt niks meer.

Frühjahrsputz

Vriend J. en ik hebben een hogedrukreiniger aangeschaft. De folders nageplozen voor de beste aanbieding, enthousiast alle waterslangen aangekoppeld en de knop omgedraaid.

Ja, zo’n geel ding van Duitse makelij. Het komt uit dezelfde plaats waar vorig jaar een scholier een heleboel mensen overhoop schoot, maar dat heeft verder niets met onze tegels te maken.

Die waren gewoon bruin, grijs en groen of iets dat erop lijkt. Het voor- en naeffect ziet u links. Toen we dat kleine stukje hadden gedaan, waren we er zeker van: de bijna honderd euro zijn perfect besteed. De afgelopen dagen zijn we in alle uithoeken van de tuin bezig geweest, eenmaal begonnen, wil je alle vuil er ook zo snel mogelijk af hebben.

Bijkomend voordeel: we hebben geschoffeld, gewroet en waren niet vies van een beetje aarde op onze vingers. Nu staan er nieuwe bloemetjes in de potten en zijn ook de ramen en deuren schoon.

Het is hartstikke burgerlijk. Maar het voelt ooooh zo fijn. Een schone tuin, en dat op mijn verjaardag!

(En vanmiddag vertrekken we trouwens voor twee dagen romantisch naar Parijs. Dus of dat ook onder burgerlijk valt, geen idee. Kan me ook niet schelen. Ik geniet volop op mijn 31e!)

Avondrituelen

Van de vroege ochtenden in Berlijn naar de late avonden in Utrecht. Deze week draai ik weer volop mee in het regionale Nederlandse televisiegeweld. En dat betekent in het geval van het rooster dat ik om vier uur ’s middags mag beginnen.

Op de maandag voelt dat lekker loom. Het lijkt of ik zeeën van tijd heb, zet drie kopjes koffie, sla de krant nog eens om of houd mijn gezicht in de ochtendzon (dat kan tegenwoordig eindelijk weer). Max heb ik dan al naar de oppas gebracht, want voordat hij gaat slapen, wil ie daar ook een tijdje spelen. Tijd dus voor de was, om lekker te koken en de muziek hard te zetten.

Nu is het dinsdag. Ik was om 2.30 uur ’s nachts thuis omdat ik vele malen langer deed over de montage dan normaal. Mijn ogen wilden minder snel open en in mijn benen zaten een paar gewichtjes. In de kamer hiernaast lag wel een mannetje vrolijk te zingen, dus ik moest er echt uit.

Gaandeweg vordert de week en daarmee ook de wallen onder mijn ogen. Maar net als de vroege ochtenddiensten in Berlijn voelt zo’n dienst energiek. Apart. Haast geestverruimend.

Of zou het nou allemaal aan de zon liggen?

Van thuis naar thuis

Twee weken hard werk werden beloond met een weekje luilakken. Uitslapen, op de bank hangen en leuke dingen doen met Max. Dinsdag naar vriendin J. met zoontje Clemens. Woensdag naar de Zoo. Knut konden we zo snel niet ontdekken, maar Max weet nu dat pinguïns kunnen vliegen en dat er eentje met een zere voet rondloopt.

Donderdag een ouderwets uitje naar de Spreewald. Toen ik klein was, kwam ik hier ieder jaar. Met z’n allen van het kinderkamp in de boot. En varen maar. Giethoorn in het groot. Het was koud, maar zonnig, met nog kale bomen, maar wel groene Gurken. Eén van de vele woordjes die Max inmiddels heeft geleerd. Zijn Duits heeft Oma aardig bijgespijkert.

Vrijdag Paaseieren zoeken, want zaterdag zaten we alweer in een volgepakte auto. Terug naar Nederland.

Ik heb geen Hollands nieuws gevolgd, ben opgegaan in Berlijn en omgeving. Weer gewend geraakt aan ’s middags warm eten en aan de sauna voor 7,50 Euro. Aan de S-Bahn en de Grillwurstmannen op het station. Aan familie die het ontbijt altijd al heeft klaarstaan en van wie je nooit je bord hoeft op te ruimen.

Drie weken is best lang. Nu moet ik weer wennen in mijn eigen huis. In mijn ander thuisland.