Wir sind Lena!

Nee, het lied was niet zo ontzettend bijzonder. En de stem: ok.

Al jarenlang had ik het Songfestival op mijn buik geschreven. Ik keek er amper meer naar, en als, dan met mijn schoonouders. Om de liedjes lekker af te kraken.

Gisteren pakte het anders uit. ’s Middags nog bij mijn Duitse vriendin S. te hoofdstad A. “Kennst du eigentlich das deutsche Lied? Das ist gar nicht schlecht!”, zei ik terloops tegen haar. Ze had het nog nooit gehoord, en keek even mee.

Wij Duitsers hebben één groot voordeel – als Nederland er echt niks van bakt, hebben wij altijd nog een goed alternatief.

Vanaf elf uur vlogen de sms’jes tussen vriendin S. en mij dan ook heen en weer. We waren trots, we konden het niet geloven, we zaten op het puntje van onze stoel. En bij alle punten die erbij kwamen, klapten we luid in onze handen.

Zo snel haalt je geboortegrond je ineens weer in – Wir sind Lena!

Nu nog voetbal.

73

De constatering van het voedingscentrum klopt helemaal. Voor mij dan. Ongemerkt ben ik de laatste jaren een kilo per 12 maanden aangekomen.

Ligt natuurlijk ook aan die ene keer met die dikke buik en de baby die werd geboren, maar ook zonder al dat eet ik veel te graag hier een hapje kaas, daar een stukje chocola, dubbele porties lunch en avondeten en tussendoor ook cake of negerzoenen op de redactie. Minderen met eten is helemaal niet mijn ding. Veuls te lekker, al dat spul.

En dan schiet bewegen er ook veel te vaak bij in. Sinds de laatste wedstrijden heb ik geen zin meer in hardlopen. En ik werk dan wel vaak buiten en met een camera, maar ook daar kweek je geen grote spiergroepen mee, hoor!

Dat moet anders.
Ik heb besloten dat er 5 kilo af moet.

Ik maak het niet zo gek als collega M., maar heb hem al wel als personal coach ingehuurd. Want hij gaat wel heel erg goed. En hij is het toonbeeld van vooruitgang: tussen lunch en avondeten heeft hij nu helemaal geen honger meer. Een verademing lijkt me dat!

Bovendien is het zomer. Mijn racefiets mocht alweer twee keer met mij naar buiten en vriendin M. heeft nieuwe (oude) spulletjes gesponsord. Zodat ik er ook een beetje sportief uitzie. En gemotiveerd ben.

Tot nu toe is het moeilijk, want in de koelkast ligt een ontzettend bijzondere en lekkere cake die mijn oma speciaal voor me heeft besteld. En die moet op. Tenzij iemand langs komt om hem voor me op te eten?

2

Hier thuis is het soms net Inglorious basterds. Ben je twee zo? Of ben je twee zo…

Je bent twee. Dat is alles wat telt.

Oud geleerd is jong gedaan

Vandaag heb ik leren skateboarden. Jaja, echt! Voor mijn radiobijdrage vroeg in de ochtend ben ik afgereisd naar Veenendaal. ‘Schoolsportdag’ stond er op mijn sheet. Oh leuk!, dacht ik, want toen ik tien was, vond ik dat het einde. Rennen, ver springen en volleyballen tegen de jongens. De zenuwen gierden op zo’n dag door mijn lijf, want ik wilde van alles en iedereen winnen.

Ik verwachtte dus een live-bijdrage vanaf een leeg sportveld dat zich langzaam met kinderen zou vullen. Die zouden sportkleding aanhebben en een klein klef rugzakje met drinken en eten op hun rug.

Dat laatste bleek te kloppen als een bus. Maar ik heb geen seconde op een sportveld gestaan. De meest interessante onderdelen van de sportdag vonden namelijk plaats op de parkeerplaats.

Het bleek voor dit Duitse meisje een ware ontdekkingstocht. Nog nooit eerder heb ik Pannakooi gespeeld. Met de step over het terrein op een sportdag 20 jaar geleden? Niks ervan. Toen ik de meisjes vertelde dat we vroeger alleen maar 60 meter gingen sprinten en in een grote zandbak met de centimeter onze voetafdrukken gingen meten, was het antwoord: ” Oh. Wat saai.”. Inderdaad.

Tot grote verbazing van alle collega’s en zelfs vriend J. had ik zelfs nog nooit geknikkerd. (Ja, ook dat was een onderdeel op de sportdag. De voorrondes van het NK notabene). Tuurlijk, die ronde knikkerdingen hadden wij vroeger ook (Murmeln), maar zo’n uitgekiende sport met regels en gaten en een wijsvinger – nee, daar weten Duitse kinderen van mijn leeftijd weinig vanaf. Er schijnen zelfs knikkertegels te bestaan – nou, die heb ik nu net voor het eerst in mijn leven opgezocht.

Ik koos uiteindelijk iets waar ik nog wel een beetje vertrouwd mee ben – een skateboard. Die had ik ooit op mijn twaalfde, maar na een heftige val op mijn stuit hield ik het onmiddellijk voor gezien.

Vandaag stond ik er voor het eerst weer op, tijdens de eerste bijdrage nog maar met één voet, maar in de pauze van 20 minuten werd ik steeds fanatieker. Dat ging lekker! Expert M. vertelde mij dat het om een longboard ging, perfect voor dames die bang zijn dat ze meteen op hun bek gaan. Dat bleek, want aan het einde van mijn tweede bijdrage ging ik er keihard vandoor.

En het rare is – ik zou er nu meteen weer op willen stappen. Zo leuk was het.

Rare snuiters

Ik heb een stel rare vriendinnen. Eentje kwam ooit als ‘beginneling’ onze redactie binnengeslopen en ontpopte zich binnen twee jaar tot ongekend talent dat ineens prijzen won en nu als BBN’er (de bijna bekende Nederlander) door het leven mag.

De ander heeft een top-baan op durven zeggen omdat ze het veel liever allemaal alleen deed. Dat vond ze eng, maar vanaf de eerste seconde was ze succesvol en sindsdien is ze een belangrijke raadgever. Hoe doe jij dat dan? – die vraag hoor ik mezelf regelmatig stellen.

En de derde kan toveren. Ze was namelijk eerst een gewone journaliste, maar ineens bleek dat ze ook wel bijzonder goed kon fietsen. Zo goed, dat ze binnen een jaar ineens topwielrenster werd en door Nederlands beroemdste wielerploeg werd ingelijfd.

En deze laatste week hebben ze alle drie wel een heel raar en druk schema.

De eerste zat net vijf dagen opgesloten in een lelijke villa in Blaricum, zonder telefoon, computer, krant of radio. Ruben en het vliegrampnieuws – dat heeft ze allemaal gemist.

De tweede blijkt niet alleen maar goed te zijn in teksten, maar ook zij zoekt het avontuur op. Ze heeft de Elfstedentocht achter de rug – roeiend (wie verzint zoiets?).

En de derde maakt het ’t bontst van allemaal, want die fietst even de Tour de l’Aude, de Tour de France voor vrouwen. In het algemeen klassement is ze nu 27e (van de 104 als ik het goed heb).

Vriendin M. moet nog even door, ze heeft nog zes etappes te gaan. De andere twee gaan nu weer een beetje normaal doen.

En ik kan me bijna niet voorstellen dat ik de enige ben die gewoon thuis in de tuin het onkruid zit te wieden. Maar het is toch echt zo.

Wat een week!

Zondag: de Giro in Amerongen.

Maandag en dinsdag: de oversteekvan Spakenburg naar Enkhuizen, 70 jaar later.

En gisteren: de bijeenkomst van nabestaanden in Hoofddorp.

Sport, geschiedenis en actualiteit. Ook al kijk ik bij dat laatste weer veel te streng en stoor ik me aan de rimpel tussen mijn wenkbrauwen – de veelzijdigheid van mijn verslaggeversbestaan heeft zich zelden zo opgedrongen als deze week.

Wat een mooie baan heb ik toch!

Giro heden en toen

Ik word niet vaak gefotografeerd terwijl ik aan het werk ben. Alhoewel: misschien word ik wel vaak vastgelegd op de digitale plaat, maar meestal krijg ik er niks van te zien. Ik vergeet visitekaartjes uit te delen en dus weten de fotografen ook helemaal niet naar wie ze het moeten opsturen.

Bovendien – het staat zo raar als ik aan het einde van mijn opnames vraag: “Mag ik die foto’svan jou hebben? Wil je ze opsturen?”. Het staat onprofessioneel en narcistisch. Alsjeblieft? Een foto van mezelf? Zodat ik ’s avonds in bed naar mezelf kan liggen staren? Nee.

Des te leuker als er mensen zijn die mij ineens aanklikken via Twitter, en die dan een foto van mij de ether inpleuren. Met de vraag: staat @ullinagel erop? Jawel! Dat doet ze! Met een chagrijnige kop, dat wel, maar ik stond natuurlijk al langer dan een half uur bij die ene rotonde in Amerongen te wachten tot de wieleraars eindelijk langs zouden sjezen. Dat deden ze om tien voor drie. In een minuutje was alles voorbij, en ik had het – op en top geconcentreerd – allemaal alleen op mijn kleine scherm gezien.

Acht jaar geleden stond ik er trouwens ook. Niet in Amerongen, maar in Groningen. En wat een verschil: zonnig gemoed, vrolijk zwaaiend, niets aan mijn hoofd, studentikoos slaperig op zondag, zoals het hoort.

Ook toen zagen we de renners voorbij flitsen. Wel een paar keer, want het was de proloog. Vandaag was het na afloop rennen naar de auto, naar Utrecht hollen, inladen en binnen het uur monteren. Goed gelukt.

En dat geeft toch meer voldoening dan zomaar stilstaan langs een hek.

Extra stil

Het is weer zover. Voor één avond sta ik langs de zijlijn.

Ik pleeg geen Duitstalige telefoontjes vanaf de redactie. Als ik een reportage over de slachtoffers maak, vertel ik niet waar ik vandaan kom. Liever niet. Ik hou me stil.

Ik durf te beweren dat Duitsers de betekenis van 4 en 5 mei nauwelijks kennen. Bevrijdingsdag? Bestaat niet voor ons. Herdenken wel, maar onze eigen slachtoffers zijn nog steeds onderwerp van felle discussies in mijn thuisland. Want ook die mogen we niet teveel herdenken. Misschien alleen in de eigen woonkamer. Immers: wij zijn schuld. Voor eens en altijd. Eeuwig.

En terwijl ik elke minuut, alle dagen en maanden voor minstens 60 procent Nederlands voel, spreek en ben – op die ene dag sta ik er volledig buiten.

Ik merk het niet. Collega’s doen niet anders tegen mij. Niemand heeft vandaag nog een grapje uitgehaald. Ik word niet gemeden, en ik mag ook net als iedere andere verslaggever over 4 mei berichten.

En toch voel ik me raar om 8 uur ’s avonds. Ik ben stil. Misschien wel stiller dan anderen. En zo hoort het ook.

Time flies (in colours)


Het jaar is nog maar net begonnen, en toch is het ineens alweer mei. Ik ben dus later dan ooit. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: loont het nog wel? Het is zo weer december en wat maakt het nou uit dat je agenda zwart is?

Nou: ik hou dus niet van zwarte agenda’s. Die kun je in een oplage van miljoenen in de winkels zien liggen, en ik wil er gewoon niet bijhoren, bij de zwarte-agenda-brigade.

Dat wist ik al heel vroeg. Sinds mijn 14e verbouw en verknutsel ik mijn (school)agenda’s en ook in mijn volwassen meisjesleven hou ik die traditie al jaar in jaar uit in ere.

Mei of niet, het zwart moest eindelijk worden toegedekt. De ‘nieuwe’ agenda van dit jaar voelt zich nu weer thuis bij al die anderen. Al heb ik hem dit jaar voor het eerst een naam gegeven: dat wat ie is, een Limited item.