Paspoort(en)

We zitten midden in paspoortgate. Een staatssecretaris die al nachtenlang niet meer kan slapen omdat ze niet kan kiezen tussen twee identiteiten.
Geen probleem, zegt Rutte. Inleveren die hap, eist Wilders.
Het is wat.

Vroeger dacht ik dat iemand met twee nationaliteiten nog steeds gewoon één paspoort op zak had. Twee harten in één borst. Gezellig naast elkaar.

Pindakaas. Erdnussbutter. Wat in het dagelijkse bestaan gewoon is, kan op papier blijkbaar niet. Je lekker voelen in twee landen, twee culturen, twee werelden.

Ik heb maar één paspoort. De verkeerde. Mocht het daar toevallig eens over gaan op mijn werk of bij een feestje, zijn collega’s en vrienden ook nog steeds verbaasd. Maar één paspoort? Maar – hoe – doe – je – dat – dan –

Nou, gewoon? Rondlopen? Twee talen spreken? Me zowel in Berlijn als in Nederland thuis wanen? Al eens van de Europese Unie gehoord? Verdrag van Maastricht? Schengen? Wonen en werken binnen de EU zonder extra papieren?

Ik heb nog nooit overwogen om een tweede paspoort aan te vragen. Het zou makkelijk kunnen. Ik moet gewoon trouwen. Of ik moet vijf jaar werken en wonen in dit land (reeds geschied) en dan kan ik een naturalisatieprocedure ingaan. Maar dat woord is me veel te lang. En op zo’n naturalisatiedag een bosje bloemen krijgen. Nö, laat maar.

De nadelen: ik kan nooit en te nimmer staatssecretaris worden. En ik mag niet stemmen bij de landelijke verkiezingen.

Maar dat heb ik er voor over. Want zelfs ons (hoor mij!) staatshoofd is half Duits, maar blijkt ook ergens nog een Engelse nationaliteit te bezitten. Een echte EU-burger dus, die Koningin.

De Nederlandse wet zegt dat je bij naturalisatie bereid moet zijn om je oude nationaliteit in te leveren. Als die bereidheid een eis wordt, hoef ik die gedrukte leeuw niet. Terwijl ik me hartstikke Nederlands voel. Maar ook altijd en nog steeds Duits. En dat blijft ook zo.

Mijn adelaarspapiertje blijft lekker veilig opgeborgen liggen in mijn la.

Poeh, wat een gevecht!

Vandaag was het slagvelddag. En de camera mocht mee. Die van het stilstaande beeld. Mooi oktoberweer, lekker koud. En waar we ook liepen, houten vuurtjes met bijbehorende dampen die in onze kleren zijn getrokken.

De taferelen leken wel schilderijen uit het Rijksmuseum, en daarvoor stonden honderden mensen, met hun fotoschieters als modern wapen. Prachtig!


Berliner Schokolade – nur für Erwachsene!

Achter mijn hypermoderne typemachine luister ik vaak naar Radio 1. Nee, niet deze, maar de Berlijnse versie. Die geen nieuwszender is, maar een ideale mix tussen goede (onbekende) muziek, achtergronden (politiek en cultuur), humor en verstrooiing.

Voor dat laatste schakelen ze regelmatig deskundigen in. Zo is er iemand die achternamen analyseert en vertelt waar ze zijn ontstaan. Er is iemand voor boeken, iemand voor de films, en zelfs iemand voor smaak.

Bernhard Moser heet de Geschmacksexperte van Radio 1. En die gaf net een heerlijk klinkend recept door voor hete chocola. Geen poeder kopen, ook geen duurdere, maar gewoon lekkere chocola, volle melk en room in huis halen.

Ik geef het zojuist gehoorde ongebreideld aan jullie door.

– Melk en room mengen en verwarmen (helft/helft, samen 1 liter)

– één tot anderhalve reep pure chocola (70% tot 80% kakao) erbij en laten smelten

– beetje roeren met een garde en dan honing of suiker erbij

– op het laatst even pureren

(En dan mag er nog van alles in trouwens: een rode peper meekoken, er weer uit halen, maar één klein stukje meepureren. Kardemom, rozemarijn of munt. Of zelfs basilicum.

En te drinken in een combi met een nog warm stuk chocoladetaart en een glas port! Mmmmmmmhhhh….. Mocht je er trouwens echt een Berlijnse hete chocola van willen maken, moet je kiezen voor Rausch of even langshollen bij Fassbender&Rausch am Gendarmenmarkt)

Als ik niet zo moest werken, ging ik nu meteen boodschappen doen.

Met z'n hoevelen zijn we hier eigenlijk?

Hoeveel mensen van jullie verstaan geen woord Duits? Riep ene Judith Holofernes in de menigte.
Een zevental handen stak omhoog.
Niet genoeg om echt een tolk te hoeven inschakelen.
Hoeveel van jullie komen echt uit Amsterdam? Driekwart van de armen.

Want de teksten van ‘Wir sind Helden’ zijn niet de makkelijkste. Althans staan ze zelden tot nooit in boeken als Der Übungsmeister (ik heb met eigen ogen gezien dat het schoolboek van vriend J. precies zo heette).

Nou maakt het met muziek doorgaans niet zo heel veel uit of je het woord voor woord kan volgen. Mits het goede muziek is, en dat is bij Judith en haar mannen extreem het geval.

Toch vroeg ik het me af: wie hier meezong, moet wel Duitser zijn. En wie de lippen stokstijf op elkaar hield, Hollander.
Zo simpel is de wereld maar weer eens niet.

Want terwijl er bij het ene liedje met best simpele lyrics niemand zong, deinde de hele zaal ineens mee met dat andere optreden. Ik kon de tekst niet uit mijn hoofd, maar driekwart van de zaal wel. En hard ook. Judith werd ineens weggeblazen. Geen Nederlands accent te bekennen.

Stonden hier nou toch voornamelijk Duitsers?
Jongens, zeg op, met z’n hoevelen waren we nou eigenlijk?

Languit

Ik heb het wel eens gehad. Dat ik dacht, wat gezellig, lekker met een boekje in bed, kopje thee ernaast, rondje slapen, weer verder lezen, onzinnige programma’s kijken die het daglicht niet verdragen en nog een keer omdraaien.

Maar ik ben maar heel zelden ziek. En heb een baan, een man en een zoon, en dus lig ik natuurlijk nooit een hele dag in bed, met een boekje en een kopje thee. En doorgaans mis ik al die geweldige uitzendingen tussen tien uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags. Daar is namelijk nooit de tijd voor.

Vandaag had ik de kans om het allemaal mee te maken. Gisteren al rommelden mijn darmen. En daar gingen ze vandaag vrolijk mee verder. Er zat niks anders op dan RTV afbellen, te aanvaarden dat de bezetting vandaag zo krap was, dat ze eigenlijk geen vervanging voor mij konden vinden. Zoon bij de oppas achter te laten en in bed te kruipen.

En daar met een boekje, een hele kan thee en slechte tv-programma’s de rest van de dag te blijven.

Precies dat heb ik gedaan.
Ik heb het boek uitgelezen, uitgebreid de bordesscène bewonderd en geslapen. Op een korte fietstrip naar de apotheek na heb ik weinig gedaan.

Maar mag ik dan nu eindelijk weer opstaan? Lopen, lekker eten, werken, met Max spelen, knuffelen en vooral gezond zijn hebben toch mijn voorkeur.

Grunn

We lopen naar het voorplein. Het licht verblindt onze ogen, de lucht is blauw. Gevoelde temperatuur: vier graden minder dan toen ik in de trein stapte. Dat was altijd al zo.

Voorbij aan groene maïsvelden, trekkers en paarden en nu langs die ene witte, die van Loeks. Ietsje verderop rechts staat mijn allereerste bank. Waar ik een rekening opende toen ik nog amper wist hoe dat moest, helemaal ver weg in Nederland.

Onze tassen laten we deze keer in een slaapetablissement vlakbij het centrum, voor het eerst overnachten we niet meer bij vrienden. Die wonen hier niet meer.

Als we de Herenstraat achter ons laten en de Grote Markt opdraaien, zegt vriendin M. een waar woord: er gaat niets boven Groningen, behalve de zon. Daar gaan we in zitten, onder aan de voet van de Martinitoren. Buslijn 1 komt langs, die heb ik wel duizend keer genomen.

Nog steeds voelt het als de mooiste studiestad, de beste keus die ik vroeger had kunnen maken. Hier werd mijn eerste fiets gejat, hier heb ik Nederland leren kennen.

Wijn op het Zuiderdiep, bier in Der Witz en hossen in de Poelestraat. Patatje als afsluiter om vier uur ’s ochtends. Waar nu de zwalkende studenten het laatste afzakkertje nemen, rennen vlugge benen tien uur later de 4mijl.

We staan te kijken, niet eens brak, maar blij.
We zullen nog vaak terugkomen.

Figuurgoeroe’s

Tussen al die boeiende CDA-, VVD- en PVV-nieuwsavondjes is er zo af en toe ook nog eens ruimte voor vermaak. Op woensdag bijvoorbeeld. Dan haast ik me rond half negen naar beneden en zap naar 4.

Ik heb weinig vaste stekjes als het om televisie kijken gaat. Sex and the city heb ik pas aangezet toen het laatste seizoen al was aangebroken. Grey’s Anatomy – nö, ook niet echt. The Sopranos kijken we op dvd, zo af en toe, wanneer het uitkomt. En nieuws en achtergronden op Uitzending gemist.

Maar voor deze twee dames trek ik me graag terug op de bank, met een fleece-dekentje rond mijn voeten. Trinny en Susannah. Ze waren briljant bij What not to wear, en ook nu ze door de Nederlandse steden trekken, ben ik verslingerd aan de metamorfoses.

Ongetwijfeld omdat het leuk is om naar onzekere dames en heren te kijken, met futloos haar en net iets teveel vet rond hun middel. Daar ga je jezelf beter van voelen, geloof ik.

Maar vooral omdat ze zo ongegeneerd aan andervrouws tieten zitten, en omdat ze eerlijk zijn. En er echt iets van proberen te maken. En terwijl ze in één aflevering een hele tros Nederlanders in een nieuw jasje en BH steken (in een recordtijd en in een mega fabriekshal), lukt het ze nog om de vinger op de zere plek te leggen.

De vermoeide moeders die alle energie in hun kleine kind hebben gestoken en dus niet in zichzelf, pikken ze zo van straat. En ze hoeven maar een arm op iemands schouder te leggen, of de tranen beginnen al te biggelen.

Zelfbewuste vrouwen laten ze uiteindelijk achter. Met gestroomlijnde jurken en fantastische decolletés.

Op donderdag trek ik veel sneller een rok uit de kast en maak er wat van. Voelt ook eigenlijk veel fijner dan die spijkerbroek.

Alleen die ontzettend hoge hakken – daar zie ik mezelf echt niet op lopen.