Wat er over blijft…

…van een half weekje ouders op bezoek:

Tatort en Polizeiruf op één avond.
Een half gelezen Berliner Zeitung op de woonkamertafel.
Echte boter in de koelkast.
Vaccuümverpakte kaas voor Oma.
Een zoontje dat al weer veel beter Duits spreekt.
Oostduitse temperaturen.
De radio op klassieke muziek.
Een nieuwe rode muts voor mij.
Warme maillots voor zoontje.
Een goed functionerende naaimachine.
Een adventskalender in uitvoering en nog duizend ideeën te gaan.
Een opgeruimde zolder, en een schoongeboende badkamer.
Gezellig hangen met wijn.
Een voetballende vader.
Eten dat klaar staat als ik van het werk kom.

Een nieuwe homp energie voor de komende week.
Gelukkig zien we elkaar over vier weken alweer.

Heerlijk zooitje

Engeland is rommelig. Net als Duitsland eigenlijk.

Ok, Engeland is nog een beetje rommeliger dan Duitsland.

Maar dat is nou juist ook zo leuk.

Pas als ik een tijdje ergens anders uithang, valt het me weer op. De Nederlandse gazons die met behulp van een lineaal zijn recht geknipt, de heggen in de voortuinen die er picobello bij staan. De nieuwbouwhuizen waar iedere steen recht op de ander ligt. Te recht.

De wegen en fietspaden die nooit hobbelig zijn. Hebben we hier ergens nog een zandpad? Ik bedoel, echt? Waar je met de auto overheen moet omdat er geen andere manier is om er te komen?

En ook als je een Engels huis binnenloopt, gaat het door met het gezellige zooitje. Oude houten planken, of beter nog, licht vervuilde vloerbedekking, vaak zelfs in de badkamer. Ouderwetse gordijnen, een veel te hete verwarming, duizenden kieren in de ramen en daarbovenop ook nog eens pluchen sofa’s en onhip behang. De strakke en vaak kale showrooms die je in veel Nederlandse huizen door de ramen kan spotten, zul je in het gemiddelde Engelse stadje amper vinden.

Het is misschien niet mooi, maar wel heerlijk. Je mag kruimelen en overal vlekken op maken, je kind mag gewoon van de tafel op de bank springen en je hoeft ook niet om de haverklap te stofzuigen. Gezelligheid heeft daar niks te maken met chique meubels of ander uiterlijk vertoon. Moeder en kind hebben ervan genoten.

Smoezelig is bovendien zo’n gezellig woord. Zouden we hier ook eens wat vaker aan moeten doen.

England

We’re in England, lads! Where there is Lager, funny roundabouts the other way round and a whole different small world. We – that is friend F., her little daughter, me and my own son, so we celebrate a mother&child-week and do everything half the speed I’m used to.

Holiday speed, that is. So this a very short digital stop.
Bye!

Service met een wel hele kleine letter

Afgelopen weekend vierden we het vrijgezellenfeest van vriendin S. Rijkelijk laat, want ze is natuurlijk al lang getrouwd. Maar aangezien ze dat maandenlang geheim kon houden en wij ineens op haar verrassingshuwelijk stonden, wilden we een bachelorparty natuurlijk niet zomaar overslaan.

We deden het goed en vooral heel kinderachtig. Daar houdt vriendin S. van. Dus begonnen we met pannenkoeken, namen daarna in de schoolbanken plaats en knutselden kartonnen kroontjes. ’s Avonds zouden we chique uit eten in een chique en hip restaurant.

Met chique bediening.

Nou. Was de bedoeling. Want de ober leek niet echt enthousiast om de bestellingen van zeventien volwassen meisjes op te schrijven. Hij deed kortaf, vertelde ons op norse toon dat we in plaats van drie gangen maar twee gangen konden krijgen, gaf ons de keus tussen drie gerechten en voordat we ook maar konden zeggen wat we wilden drinken, was hij de trap alweer afgestormd.

Maar ja, als je niet fatsoenlijk de tijd neemt om fatsoenlijk een doodgewone bestelling op te nemen, dan moet je heel vaak terugkomen. Jammer, meneer ober, maar we waren nog niet klaar.

Hij staat pal achter me als ik hem hoor zeggen: “Ik ben zo ziek als een hond en dan krijg ik jullie er ook nog bij.”

Flapflap. Waren dat mijn oren? Had ik dit goed begrepen? Had hij dit nu werkelijk gezegd? Met mooi kaarslicht om me heen, gedekte tafels, lege wijnglazen, servetten van damast? Een feestje met een dozijn wonderschone dames en hij floept dit eruit?

Het bleek echt waar. Vriendin S. is een ster in het bijzonder charmant neersabelen van mensen. Dat probeerde ze een kwartier later bij deze ober. “Ik begreep van mijn vriendin dat je net hebt gezegd dat je zo ziek bent als een hond. En dan krijg je ons er ook nog eens bij. Ik denk dat mijn vriendin je misschien verkeerd heeft verstaan. Of niet?” Voor vriendin S. was dit een bescheiden offensief. Bij deze moest ze blijkbaar bijzonder voorzichtig te werk gaan.

Ober heeft nu de enige gelegenheid om het weer goed te maken. Om de rekening betaald te krijgen. Om zijn excuses te maken, te glimlachen, in goede aarde te vallen. Een fijne sfeer te creëren die hoort bij een vrijgezellenfeest.

Niks ervan. “Oh ja, dat was een grapje.” Dat is alles wat ie zegt.

De rest van de avond lijkt ie wat beduusd, maar echt beter wordt het niet.

En wij blijven verbijsterd achter. Trekken vergelijkingen met de service in Amerika. Zeggen dat we in Nederland veel hebben meegemaakt, maar dit? Nog nooit.

Uiteindelijk stappen we naar de manager en verklikken die ober. Dat is het minste wat we kunnen doen. Want stel dat ie nog meer mensen hier lastig valt met zijn incompetenties. Nee, we willen niet minder betalen (dat biedt de manager meteen aan), we willen gewoon dat jullie je fucking best doen!

Na T-Mobilegate wordt het tijd voor Service-gate. Vooral in cafés en restaurants. Kan het in hemelsnaam allemaal gewoon aardig? Beleefd? Zoals het hoort? Wanneer is de klant opgehouden koning te zijn?

Berlijnse Breisels

Ulrike Nagel mit Schal

Gelukkig wordt het zondag weer kouder. Dan kan ik namelijk weer wegduiken in mijn nieuwe lievelingsbreisel. Dat zit zo.

Mijn moeder breit al haar hele leven. Nou ja, haar volwassen leven. Net als mijn oma en net als mijn overgrootoma. Die laatste heeft nog tot drie jaar geleden stapels wollen sokken gebreid. Toen was ze 95 en overleed ze, maar haar kunstwerken met altijd spits toelopende teenverwarmer koester ik in een speciale la.

Nou breien volgens mij alle Duitse moeders, oma’s en overgrootoma’s, maar die van mij kunnen het ook nog eens heel goed. Vroeger hoorde dat bij een goede opvoeding, bovendien kon je daar in Oost-Duitsland makkelijk de creatieveling mee uithangen, want in de winkels was echt weinig bijzonders te scoren.

Van dat handenwerk je beroep maken – dat deed je in de vorige eeuw niet zo gauw. Mijn oma werkte in een ziekenhuis, mijn overgrootmoeder was vroeger boerin, en verdiende op hoge leeftijd nog wel geld met het naaien en verbeteren van kleren.

Mijn moeder koos een baan in een landelijk bekende bibliotheek die ook na de val van de muur bleef bestaan. Een stevige basis en groot geluk voor mijn moeder, maar ieder jaar herhaalde ze ook deze zin: “Als ik het nog eens kon overdoen, dan zou ik een veel creatiever beroep kiezen.”

Mijn vader is het daar roerend mee eens, want nog steeds begrijpt hij niet zo goed dat mijn moeder op iedere vrije minuut van haar dag met breinaalden in haar handen zit. Volgens hem kun je zo geen film kijken. Meerdere malen per week probeert mijn moeder hem nog steeds van het tegendeel te overtuigen.

Aangezien ze allesbehalve oud is, bedacht mijn moeder op een dag iets heel simpels. Van haar hobby toch een beetje haar beroep maken, zonder de oude aan de wilgen te hoeven hangen. Ze deed mee aan een beetje life-coachen, sprak met ondernemers en stelde deadlines. Ze ontwierp, breide, frutselde en knutselde en stapte bij winkels in Potsdam en Berlijn binnen om haar spullen in de etalage te krijgen.

Dat lukte. De eerste fabrikaten zijn verkocht. De testversies landen vaak bij mij, en soms zit er iets bij dat tot lievelingsexemplaar muteert. Zoals die rode wegduiksjaal boven links.

Inmiddels heeft ze een website, een webwinkel en breit ze in opdracht. Iedere maand heb ik haar aan de telefoon, want dan heeft ze weer iets briljants bedacht dat natuurlijk nog uitgetest moet worden en waar ik hier verder over moet zwijgen.

Trouwens: ik kan niet breien. Toen ik tien was, fabriceerde ik mijn eerste en laatste sjaal. Ik heb hem niet bewaard, want hoogstwaarschijnlijk was het een gedrocht. Bij mij stopt de breilijn dus. Ik kan draaien en monteren, en een redelijk potje koken, verder reiken mijn handvaardigheden niet.

Voor fatsoenlijke, mooie, bijzondere en unieke Berlijnse breisels, voor sjaals, babyschoentjes, vesten en bolero’s, voor persoonlijke breibestellingen moet U dus bij mijn moeder zijn. Ze kan het allemaal.

Dit wordt een lang stuk……….

IR 2342 Havelsee by Ulrike Nagel

Ik typ het in. Heenreis: 24 december. Terugreis: 2 januari. Ik bekijk het resultatenlijstje.

Er staat: 2x overstappen. 3x overstappen.
Nog een keer.

2x keer overstappen. 4x overstappen.

Ik probeer een ander station. Deventer. Hengelo. Amsterdam. Bad Bentheim. Niks. Als ik na 11 december vanuit Nederland rechtstreeks naar Berlijn wil rijden, dan kan dat niet. Want mijn trein is verdwenen uit de nieuwe dienstregeling. Ik snap het niet, en probeer het een derde keer. En daarna nóg een keer.

Mijn trein – daarmee bedoel ik de IC tussen Amsterdam en Berlin Hbf.
Toen de wereld nog geen internet had en de brieven binnen Europa drie keer sneller op hun bestemming kwamen dan nu, toen ik nog geen mobiel had gezien en nog brievenschrijvend door het leven trok, toen vriend J. en ik verliefd op elkaar stonden te wachten, op ijskoude perrons, meerdere keren per jaar, met klamme handjes en geen enkele garantie dat de ander ook daadwerkelijk zou uitstappen, toen heette mijn trein nog IR (Interregio).

Hij stopt in Amersfoort, in Hengelo, in Osnabrück, in Hannover. En daarna stopt ie in Berlijn. Die dus.
Sinds enkele jaren heet die trein IC (Intercity). Hij is met de jaren langzamer geworden. Hij is voller. En stopt op meer stations dan ik gewend was. Maar ok, hij was er nog steeds.

En vandaag dus niet meer.
De Deutsche Bahn heeft een nieuwe winterdienstregeling. En vanaf vandaag kun je online tickets boeken. Maar dus niet voor die enige rechtstreekse verbinding tussen Amsterdam en Berlijn. Zonder overstappen.

Ik klim in de telefoon. Ik bel met Frau Kundenservice. Die mij uitlegt: “Jawel hoor, mevrouw. Dat kan gewoon, dat treinen na het invoeren van de nieuwe dienstregeling niet meer bestaan. Ja hoor. Ja, dat kan echt hoor.” Dat we het hier over een internationale trein hebben die om de twee uur gaat, al minstens 16 jaar lang en waarvoor geen enkel ander traject denkbaar is, dat doet Frau Kundenservice niks. Mij wel. Tot tien tellen dreigt te mislukken.

Ik probeer het nog even via Herr Kundenservice, word direct doorgezet naar een vriendelijke mevrouw in Berlijn die mij helaas ‘auch nicht weiterhelfen’ kan. En speur op het internet of ik een letter vind over mijn verdwenen trein. Niks.

Nog één poging dan. De NS. Afdeling internationale treinen.
“Er zijn nog 8 wachtenden voor U.”

Ik geef op. Typ het concernadres in. Klik op ‘Presse’ en bel met de woordvoerder.
“Ik heb het geprobeerd. Ik heb geheel privé drie kwartier lang getracht mijn trein terug te vinden. Maar ik ben ‘m kwijt. En ik ben ook journaliste. Dus bij deze: kunt U mij vertellen waar ie is gebleven?”
“Ja, dat kan ik”, antwoordt een bijzonder opgetogen persvoorlichter (hij heet Holger Auferkamp, mochten jullie hem nog een keer nodig hebben).
“De trein is nog niet opgenomen in de dienstregeling. Over twee dagen is dat helemaal rond, en dan kunt U die gewoon weer boeken.”

Mijn trein is terug! Was nooit weg! Alleen virtueel! Heel eventjes. Ik wil meneer Auferkamp wel omhelzen, zo blij ben ik! Ik wist het wel! Dit kon niet! Opgelucht vraag ik of zij die info alsjeblieft ergens op hun website willen zetten. En of ze het ook even door kunnen geven aan Frau Kundenservice vooral, die mij zo onprofessioneel wilde afschuiven. Meneer Auferkamp geeft mij helemaal gelijk.

Op 4 november ben ik de eerste die mijn oude vertrouwde trein meteen weer probeert te boeken. Deze keer gaat het lukken. En mocht dat bij jullie niet zo zijn: bel meneer Auferkamp!