Niks

Maandag ochtend en ik check even mijn agenda.

9.00 uur: auto naar de garage.

Ok, er staat in ieder geval één afspraak gepland voor vandaag. Om 10 uur ben ik weer thuis. De rest van de dag is nog leeg.

Verder:

dinsdag is leeg

woensdag is leeg

donderdag is leeg

vrijdag is leeg.

Het is ook nog eens vakantie, dus is er zelfs geen peuterspeelzaal of oppas voor Max.

De wereld staat even stil.

Na het afgelopen drukke jaar is dit wel een heel erg rustige periode. De enige afspraken die ik om de 3 tot 4 uur heb, zijn met Lotta. Die worden steeds gezelliger, met kletsen en lachen. De spreekwoordelijke roze-wolk-momenten dus.

Verder kleppert de brievenbus regelmatig.

Niet omdat ik bergen post ontvang, maar omdat vriendjes van Max komen en met hem willen spelen. Als ze eenmaal bezig zijn, heb ik ook daar niet zoveel omkijken naar.

Ik maak ontbijt, ik smeer broodjes tussen de middag, ik veeg wat, vouw de was, ben een huisvrouw, maar voel me helemaal niet zo.

Twee weken geleden heb ik dit ‘slow life’ even onderbroken. Weekje Berlijn – eenmaal terug, meteen gaan schaatsen – dan een dagje invallen op de redactie (werken heet dat geloof ik) – en weer schaatsen. En daarna nog een keer schaatsen. Dat was dus een drukke week.

Nu het ijs gesmolten is, heb ik niks om handen.

Behalve genieten van mijn vrije tijd.

Ik hou mijn gezicht en mijn baby in de zon en zak nog eens lekker onderuit in de bank. Voor de lol vergelijk ik mijn babyfoto’s met de baby op mijn schoot. Ook een leuke bezigheid.

Ik scrabble online met wat vrienden en collega’s, zet koffie, volg het nieuws weer regelmatig (Gauck wordt de nieuwe bondspresident en op het moment dat ik dit schrijf, meldt mijn smartphone dat Job Cohen aftreedt). En ik lees boeken. Gisteren aan eentje begonnen en vandaag al op pagina 150 – dat lijkt dus echt op vakantie.

Menigeen fronst als ik meld dat ik pas in mei weer begin met werken – toch maar een maandje eerder starten misschien? Al ware het maar dat ik dan ook iets meer te melden heb op mijn eigen blog. Of zal ik de tijd benutten om regelmatig naar Drenthe af te reizen? Of een vriendin in Bristol te bezoeken? Een baby moet natuurlijk ook wel aan haar eigen omgeving kunnen wennen, dus alleen maar de hort op is ook niet zo’n goed idee.

Ik denk er nog even over na.

Want zo’n babysabbatical met weinig tot niets bevalt me wel.

Het wordt vanzelf weer druk, dat is een ding dat zeker is.

Schlittschuhlaufen

Duitsers kunnen niet schaatsen.

Althans, dat wat ze daar op hun dichtgevroren wateren uitvoeren – een soort huppelend dansje op witte kunstschaatsen, met zwierende armen hulpeloos een pirouette proberend (de dames), en het op en neer wedelen met een stok, daarbij wankelend op te breed uitgemeten ijshockeyschoenen (de heren) – dat noemen wij schaatsfanaten geen schaatsen.

Wij, die onze noren altijd bij ons hebben. Geslepen en wel, in een handdoekje zodat de ijzers meteen tevoorschijn gehaald kunnen worden. Als het kan. Als het water dicht is.

Desnoods in Berlijn, zoals afgelopen week.

Toen mijn moeder mijn schaatsen zag, zei ze meteen: “Jij gaat hier niet het water op! Dat is nog helemaal niet dicht!”. Tijdens mijn allereerste wandeling langs de Rummelsburger Bucht dinsdag ochtend zag ik het meteen: dit water was geen water meer, maar een mooie glanzende dikke laag ijs. En het zou met deze temperaturen maar heel kort duren voordat alles dicht en nog dikker zou zijn.

Maar daar geloven ze dus in Duitsland niet zo snel in. Iedere dag waaien de waarschuwingen je om de oren, op de radio, op de tv. Ga niet het ijs op, gevaarlijk, niet vrijgegeven etc etc. Dat in tegenstelling tot Nederlandse berichtgeving die voornamelijk uitzoekt waar je overal wél kan schaatsen en er een wedstrijdje van maakt wie de eerste natuurijsbaan mag openen.

Niets van dat alles in Berlijn. Geen ijsverenigingen, niemand die een baan voor je vrij veegt en dus ook niemand die officieel ‘das Eis freigibt’. Allemaal eigen risico en dus is men over het algemeen terughoudend.

Op zaterdag ging ik weer kijken in de baai voor het huis van mijn ouders.

Een pretparkje met moeders, vaders, glijdende kinderen (zonder stoeltjes), sleeën en een heuse BBQ met Bratwurst en daarnaast een stand met Glühwein. Plus: speakers met goede muziek. Ze konden het dus wel! Het ijs op! Ik wist niet hoe snel ik mijn schaatsen moest ophalen.

Maar vergelijkbaar met Nederland? Nee.

Duitsers komen met hun manier van Schlittschuhlaufen geen kilometer vooruit. (De Pechsteins en Friesingers daargelaten, maar die hebben hun leven vooral op nepijsbanen doorgebracht. Binnen.). Ze kennen geen toertochten en doen ook geen smalle strakke sportbroekjes aan, maar hijsen zich eerder in skipakken.

En toch was het gaaf om überhaupt op het ijs te staan. En al die blikken naar mijn – in hun ogen –  rare schaatsen met een glimlach te kunnen beantwoorden. Mijn eigen tochtje reikte uiteindelijk tot aan de overkant. Een echte toertocht – zoals het hoort – wil ik aanstaande vrijdag nog even voltooien. Hier in Nederland. (En mocht de tocht der tochten doorgaan, dan ben ik toch echt keihard voornemens om af te reizen naar Friesland. Koste wat kost. File of niet.)

Misschien denk je allang: maarrrrrr….zij was toch een Duitsssss……

Als het om schaatsen gaat, ben ik door en door Nederlander, zoveel moge duidelijk zijn.