Voorlopig…

…zijn we er nog wel even. En moeten we aan de bak.

Want dit is definitief mijn laatste weekje verlof.

Nog een paar keer laat opstaan.

Geen wekker.

Tot het middaguur in pyjama rondlopen.

Naar mijn baby glimlachen in de wetenschap dat ik nergens naar toe hoef.

Nog één week zonder files.

Geen hollen en rennen naar de peuterspeelzaal of de oppas, maar gewoon calma calma.

Bladeren in een boekje. En even later in een andere, gewoon omdat je de tijd hebt.

Maar tussen al die traagheid door kom ik gewoon weer op gang.

Die laatste weken heb ik het nieuws bijvoorbeeld niet meer buitengesloten.

Günter Grass, de Franse verkiezingen en het kabinet – de dagelijkse portie wereldnieuws drong de bovenkamer binnen en ik slurpte haar gretig op.

Kan ook niet anders, met al die binnenlandse ontwikkelingen. Afgelopen zaterdag merkte ik het: mijn brein stond onmiddellijk op scherp toen ik bij mijn schoonouders binnenwandelde en Rutte op de buis zag.

De nieuwsfeed in mijn hoofd sprong aan, lampjes gingen op groen, ik was nu al benieuwd naar de kranten op maandag en heb die gister dan ook letter voor letter gespeld.

De uitzendingen van RTV Utrecht worden weer dagelijkse kost, mijn werkmail stroomt al geruime tijd zichtbaar binnen op mijn mobiel. En wordt vervolgens verwerkt en verspreid door mijn eigen neurotransmitters. Gaat goed daar boven in mijn kop.

Ik verheug me op de eerste werkdag. Net als na een lange zomervakantie.

Volgende week dinsdag mag ik weer.

Knallen!

(Op mijn vrije dagen staar ik dan weer lekker naar ons grote en ons kleine mormel.)

Eindredactie. Verslaggever. Volgende week ben ik er weer!

Heel veel zin in!

Stap 1: Wohnungssuche

En dan moeten we nu dus gaan nadenken. Want waar ga we uiteindelijk wonen in een stad met 3,5 miljoen mensen?

De keuze is er reuze.

We kunnen meedoen met de hippe en alom bekende wijken, die uit de Lonely
Planet niet meer zijn weg te slaan. Mitte, Prenzlauer Berg, Kreuzberg.

Of de wijken die meteen daarna op het lijstje staan en volgens de kenners
‘im Kommen sind’. Neukölln, Pankow of zelfs Wedding.

Mijn tijd in Berlijn begon op mijn vijfde in een koud twee-kamer appartement
in Lichtenberg. De kolenkachel (we hebben het over 1985), waarvoor mijn vader
iedere ochtend in de kelder zwarte brikets moest halen, zorgde ervoor dat we
één jaar later vertrokken naar Berlin Marzahn.

Aan de oostelijke rand van de stad hadden onze socialistische leiders
nieuwbouwwoningen uit grote betonplaten neergekwakt, met warm water en centrale
verwarming. Daar trokken wij graag in.

Als kind vond ik het daar geweldig – nu is ‘die Platte’ op een of andere
manier geen optie meer. (Ook al willen de woningbouwcorporaties dolgraag dat
mensen als wij komen aanwaaien. Ze proberen nieuwe huurders te lokken met een
jaar lang gratis luiers bijvoorbeeld.)

Maar wat dan wel?

We keken eens goed rond in
het wijkje waar mijn ouders wonen.Nog maar een paar jaar oud, gebouwd
door Nederlandse bedrijven en in Hollandse stijl. Rijtjeshuizen met tuinen,
flats met grote kamers, en voor de deur parkjes en water. Dat is zelden in
Berlijn.

Nee, het is niet hip. Nee, we wonen dan niet
boven een beroemde club. Nee, geen hordes toeristen.Geen enkele zelfs.
In plaats daarvan een rustige autoluwe oase met dorpskarakter en veel kinderen.

En toch: vijf S-Bahn-haltes van Alexanderplatz, met bootjes voor de deur en
uitzicht op de televisietoren. Naast de deur een voormalige gevangenis waar
Erich Honecker nog is vastgehouden. Toch een beetje hip dus.

En met mijn ouders op loopafstand, zodat Max op ieder moment in hun tuin kan
spelen als het balkon te klein wordt.

Eigenlijk ideaal. Dit moeten we gaan doen.

De eerste stap is gezet, de eerste keuze gemaakt. Nu het volgende: de Duitse
bureaucratie.

De eerste stapel formulieren ligt klaar om te worden ingevuld.

Terug naar Berlijn (echt!)

Veertien jaar geleden wilde ik weg.

Weg uit de grote stad. Weg van mijn ouders. Naar mijn vriendje in Nederland.

Op naar een nieuwe wereld, in mijn uppie. Studeren in een bekende, maar toch ook nog vreemde taal. In het voor mij destijds nog totaal onontgonnen Groningen.

Het duurde even, maar dat kakelverse, nog onwennige landje werd mijn nieuwe thuis. En is dat – zoveel tijd na dato en ondanks alle politieke en economische aardverschuivingen – nog steeds.

Op de achtergrond altijd op de loer: dat andere thuis dat ik had verlaten. Berlijn. De grote vieze stad die in al die jaren wel vaker 180 graden om haar eigen as is gedraaid, om zichzelf daarna verder uit te vinden. Die veranderingen maakte ik maar zijdelings mee; om de twee maanden een ´Stippvisite´ en her en der een paar weken langer; meer zat er niet in.

Want Nederland was niet alleen thuis geworden, maar ook vooral werk, familie en kinderen. En dan zijn je minuten, uren, dagen en jaren dus snel gevuld.

Ondertussen werd de waslijst aan musea, fietspaden, meertjes, concerten en andere uitjes die we in Berlijn wilden beleven alsmaar langer. Terwijl onze tijd schaarser werd. En dus gingen we herhaaldelijk roepen dat we nog wel een keer een paar jaar hier moesten gaan wonen, wilden we al die dingen nog een keer gaan doen.

En nu is het geen kletspraat meer.

Geen grapje en ook geen plan dat nog in de keukenla ligt.

Het gaat gebeuren.

We gaan naar Berlijn.

Voor een paar jaar. Wonen, werken, kinderopvang, de hele rambam.

In mijn sollicitatiebrief voor de opleiding radio- en televisiejournalistiek had ik er ook wel eens aan gerefereerd: wat ik met de journalistiek wilde? Nou….misschien nog een keer correspondent worden in Berlijn? Door de ogen van een Nederlandse Duitse kijken? Of een Duitse Nederlandse? Dat leek me wel wat; ver voordat ik wist wat de Nederlandse media allemaal voor mij in petto zou hebben.

Nu – 14 jaar na mijn komst – gaan we. Midden in de zomer. Op de dag van de EK-finale.

Mijn camera gaat mee en mijn nog onuitgewerkte freelanceplannen ook.

De RBB (Rundfunk Berlin Brandenburg) wordt mijn eerste halte op dit nieuwe pad. Maar daar mogen ook nog andere klussen bijkomen.

Tot die tijd valt er nog een heleboel te regelen.

Een nieuwe wending, en dus ook een ´nieuw´ blog.

Wel met de oude, vertrouwde Ulli, die zin heeft in iets nieuws.

Maar die Nederland ook erg zal gaan missen.