Nederland, oh Nederland

Daar gingen we dan. Een heel weekje ‘Holland’, zoals Max het tegenwoordig noemt. Alles even andersom. In Berlijn instappen, bij de grens uitstappen en dan met de auto verder naar Drenthe waar onze logeerbedden staan.

We zijn nog maar twee maanden weg, maar het voelde nu al een beetje vreemd. Vanuit het Noorden stap ik in de trein naar de Randstad en de polders die buiten voorbij trekken, lijken ineens minder vertrouwd. Ik wandel door Amstelveen, onderweg naar vriendin L. en bedenk me: twee dagen geleden stond ik nog te draaien op een school in Falkensee, een plaatsje ten westen van Berlijn, waar ik nog nooit eerder was geweest. Van Falkensee naar Amstelveen – ik vind het niet zo voor de hand liggend.

Dat heeft een vervreemdend effect – zulks heen en weer. Mooi, daar niet van. Prachtig dat het allemaal zomaar kan. Maar toch ook gek. Verder van Amstelveen naar Amsterdam, naar de verjaardag van vriendin S. Ook zo bekend en normaal, voor een paar uurtjes ben ik weer echt even in Nederland. Zoals het altijd voelde.

Tot ze mij de volgende ochtend afzet op het station in Hilversum. Hier heb ik ook gewoond en lang gewerkt. Een heleboel vrienden en bekenden stappen hier iedere dag uit. De normaalste zaak van de wereld dus dat ik hier nu sta. En toch, en toch: het voelt anders.

Ik stap in de volgende trein. Ook de wandeling van het station naar de redactie in Utrecht is apart. Tuurlijk; normaal gesproken kwam ik hier iedere dag in de auto aan, harde muziek op mijn oren, met mijn gedachten al bij het item dat ik vandaag zou draaien. En nu? Ben ik in de bus gestapt, heb geen tag meer om de deuren zelf te openen en denk ik bij binnenkomst: ik werk hier niet meer. Maar dat was toch nog maar net…? Ja, maar nu werk ik hier dus niet meer.

Raar.

Twee dagen later zit ik aan de koffie bij onze oude buren, die ook vrienden zijn geworden. Max speelt als vanouds met ons buurjochie die even in de veronderstelling is dat we hier weer komen wonen. Nee, dat is dus het gekke. We zijn nu op bezoek. Op bezoek in Nederland.

Pas tijdens het etentje op de laatste avond, met vriendinnen L. en M. vergeet ik helemaal waar ik eigenlijk woon. We zitten in Amersfoort, onze vaste stek om af te spreken. Eens in de twee maanden zitten we hier, en dus was de tijdspanne hetzelfde – met of zonder verhuizing naar Berlijn. De gesprekken gezellig als altijd; het eten even lekker. En ons afscheid niet inniger dan normaal.

Maar de volgende dag maken we dus ineens voor het eerst een omgekeerde reis. Het bezoek aan Nederland is voorbij; we gaan naar huis. Naar Berlijn.

Raar.

Best belangrijk dus waar je meubels staan. Waar je kussen ligt. En gek hoe snel je weer ergens anders kan wennen. We gaan voortaan wel heel vaak op bezoek in Nederland. Zo vaak, dat het uiteindelijk weer heel gewoon wordt.

Werk

Ik ben nu officieel Freelancer. En zoals het woord al zegt: die hebben veel vrije tijd.

Of juist niet dus, want dat lijkt maar zo.

Alle vrije minuten en uren die ik hier thuis doorbreng, springt er een malend raderwerkje aan in mijn hoofd. ‘Jij moet werk zoeken, jij moet werk zoeken, jij moet werk zoeken.’ Oh ja. Dat moet inderdaad.

En dus ging ik dat maar eens doen.

Al die dingen die daarvoor nodig zijn, lijken alleen helemaal niet op werken in de oorspronkelijke zin. Mailtjes sturen, mensen bellen, een artikel schrijven, foto’s erbij maken, vertalen – allemaal dingen die ik tot voor kort niet deed. En als ik daar toch af en toe mee bezig was, dan was dat in de late uurtjes. Nu mag het ook gewoon overdag.

Want mijn hoofdwerk was en is: reportages maken. Alleen laat de omroep hier even op zich wachten. Al eerder heb ik af en toe gedraaid voor de Abendschau; het nieuwsprogramma van Berlijn dat al meer dan 50 jaar bestaat en verworden is tot een heuse instantie die niet alleen iedereen super belangrijk vindt, maar die dat ook echt is. Na 27 jaar is de ‘oude’ baas van dat programma nu met pensioen en zit er een nieuwe achter het stuur. Een 35-jarige vrouw met twee kleine kinderen: een keuze die ik alleen maar kan beamen. Zij wil alleen eerst de redactie helemaal doorgronden – een erg professionele houding – voordat ze nieuwe freelancers binnen sleept.

En dus: heeft ze mij voorlopig even uitgeleend aan het kleine zusje. Want een Duitse omroep zou geen Duitse omroep zijn als ie niet nog honderdduizend andere verschillende nieuwsprogramma’s zou maken. Bij één daarvan ging ik gisteren en vandaag aan de slag.

Wat me meteen opvalt: hoe lokaler de redactie, hoe aardiger de mensen. Iets dat voor Nederland, maar dus zeker ook voor Duitsland lijkt op te gaan. Duitsers zijn goed in afstand houden; maar vandaag ben ik meerdere keren met ‘Du’ en ‘Ulrike’ aangesproken in plaats van ‘Sie’ en ‘Frau Nagel’. Ik heb me betrapt op een grapje, en heb zelfs in het bijzijn van een aardige editor een stemmetje opgezet. Zomaar. Heel bijzonder. Op dag 2 al zo’n losse sfeer – ik had het eerlijk gezegd niet verwacht.

In al die tijd daartussen heb ik kilometers ver gereden voor mijn reportage.

Want Berlijn is groot.

Maar de provincie eromheen – Brandenburg – is nog vele malen groter. Mijn doel: voetballers van FC Energie Cottbus filmen tijdens een fotoshooting in Tropical Islands; het grootste tropische zwemparadijs van Europa (zeggen ze zelf). Gesitueerd in Krausnick. Waar? Ja, kijk maar op de kaart, moest ik ook even doen.

In het midden van nergens staat er ineens een grote hal. Bedacht als werkplaats om zeppelins in te bouwen en na een mislukte start overgekocht door een investeerder uit Maleisië. Die maakte er een nepeiland van met veel water en blauwe fotowanden met wolkjes erop.

Een mooie coulisse om overtrainde voetbalknieën vast te leggen.

Met het zweet op kop, rug en benen ben ik anderhalf uur lang achter de fotograaf aangehold. Daarna heb ik 50 minuten teruggereden naar de redactie in Potsdam, als een speer mijn materiaal laten inladen en heb ik de reportage binnen anderhalf uur samen met een editor gemonteerd. Want zelf monteren – daarvoor moet ik de techniek daar op de redactie eerst nog bestuderen.

En toen ik klaar was en buiten stond? Toen wist ik weer: ja, dit is werken zoals werken bedoeld is. Voor een tv-journalist. Voor een camjo.

Morgen kruip ik weer achter de computer. Thuis. Op mijn sloffen. Er ligt een vertaling op me te wachten. En een tekst die nog geredigeerd moet worden. Mails. Telefoontjes. Lijntjes die ik uit moet zetten. En een kop koffie uit mijn eigen machine.

Ook dat is werk – ik moet er alleen nog een beetje aan wennen.

Fijn hoor, freelancer zijn.