Nog (heel even) stil

Het zijn al meer dan 20 miljoen overnachtingen per jaar. En het worden alsmaar meer.

Toeristen houden van Berlijn.

Engelsen, Nederlanders en Amerikanen komen het meest. (Maar liefst 10% meer Nederlanders dan vorig jaar. Zou het iets met onze verhuizing te maken hebben? We hebben al veel bezoek gehad, :-).

Maar nu is het Kerst. Nog een heel dagje.

En dan is de stad leeg.

Engelsen blijven in Engeland.

Amerikanen in Amerika.

En Nederlanders in Nederland.

Zo gaan die dingen.

Voor de echte Berlijners alle reden om even diep adem te halen en te genieten van nagenoeg lege straten. Ook bij toeristische trekpleisters word je even ondergedompeld in oorverdovende stilte.

Op de trottoirs geen trossen mensen met een plattegrond die midden op het pad blijven staan. En die dus fijn de weg blokkeren zodat je er niet langs kan.  Nee, je kan doorlopen. Slenteren zelfs. Het tempo van de Berlijner die met Kerst in de stad blijft, vertraagt.

Want in de stad wonen inmiddels ongelofelijk veel mensen die de afgelopen jaren vanuit andere uithoeken van het land hier naar toe zijn verhuisd. Vanuit Bonn, Castrop-Rauxel, Paderborn en Buxtehude. Vanuit Göttingen of Eckernförde.

‘Wahlberliner’ heten die. (En streng genomen zijn wij dat ook. Niet alleen omdat we nu vanuit Nederland ‘terug’ zijn gegaan, maar ook omdat ik samen met mijn ouders ook ooit van de Oostzee hier naar toe ben gekomen. Naar Berlijn, de stad van onze keuze).

Al die mensen hebben hun ouders en grootouders dus in de meest verre uithoeken van Duitsland wonen. Daar is hun ‘thuis’ en dus gaan ze daar ook onder de kerstboom zitten.

In onze wijk blijven daarom heel wat ramen donker de afgelopen dagen. Zonder kerstlichtjes.

En in de binnenstad en de populaire wijk Prenzlauer Berg kun je zowat een speld horen vallen met de kerstdagen. Want alle grote gezinnen zitten in Beieren, Baden-Württemberg, op de berg of in kleine dorpen. Bij oma en opa.

Ze doen maar.

Zo hebben wij de stad heel eventjes voor ons.

Heeeeeeel eventjes, want de komende dagen is het weer afgelopen met de rust.

Met oud&nieuw verwacht de stad dit jaar zoveel toeristen als nooit tevoren. 2 miljoen, alleen met de jaarwisseling.

Maar vandaag is het nog stil.

Ik geniet nog even.

Hier ontkomen we er ook niet aan

Ja hoor, ook hier ontkwamen wij er niet aan.

650 kilometer verderop gaan wonen betekent niet dat we de belangrijkste man van het jaar hoeven te missen: de Sint. Die blijkt namelijk ook prima in Berlijn te kunnen komen.

Of hij dat via de daken deed of misschien gewoon in de trein stapte, of dat het toch stiekem maar een verklede Nederlander was die er ongelofelijk goed bijklust – dat doet er gelukkig niet toe, want mijn kind vraagt nog niet naar zulke dingen.

Feit: Hij kwam zelfs twee keer hier naar toe, en daarmee waren het vermoeiende, maar te gekke Sint-weken met liedjes, zelfgeknutselde mijters, wortels in de schoen en pepernoten.

Om te beginnen, werd ie uitgenodigd bij de Nederlandse school. Met Pieten en al, liedjes – een schoolplein vol met leerlingen, juffen, meesters. En die hadden al minstens twee weken van tevoren uitvoerig over Sint gesproken. En over het Sinterklaasjournaal; dat we vervolgens iedere avond via Uitzending gemist tot ons namen.

Toen kwam vriendin M. op bezoek. En die nam een cd met Sinterklaasliedjes mee. Vond ik leuk. Onze zoon viel vervolgens een week lang met de liedjes ’s avonds in slaap.  Terwijl ze uit de oude zwarte radio met cd-speler weerklonken, sloeg Max alle teksten in het duister op en ging de liedjes overdag voor ons zingen.

Na de Sint op school was er nog de Sint op de Nederlandse ambassade. Een beetje teveel van het goede misschien, maar we hadden ons nou eenmaal aangemeld en dus zouden we gaan. De ambassade ligt pal aan de oever van de Spree en dus kwam dezelfde man met dezelfde hoed en dezelfde mantel per boot aan. Aan de overkant van het water fietsten twee Pieten met geel-groene pakken heen en weer. En alle kinderen begonnen te schreeuwen: “hierheen, jullie moeten hier zijn! Aan de overkant!”. Ik vroeg me serieus af wat de Berlijners daar niet van zouden denken – twee van die gekken op Hollandse fietsen. Die maar heen en weer gaan. Wat zouden ze als verklaring hebben gegeven? ‘Ja, meneer, we zijn hier om kadootjes uit te delen. Voor de Sint! Uweetwel. Oh, uweetniet?’

Ontzettend veel Pieten. En kinderpieten, bijzonder schattig en een enorm goede uitvinding. Want zelfs de bange kinderen zijn niet bang meer als er ook kleine Pieten snoepgoed uitdelen. En de burgemeester? Die werd gespeeld door de plaatsvervangend ambassadeur. Aardige man trouwens.

Binnen cadeaus, cadeaus, cadeaus. En dan snel weer naar huis.

En dan ook nog pakjesavond. Met ongelofelijk veel pakjes, meer dan voorgaande jaren.

Nu ben ik er klaar mee.

Ook hier is ie nu weg, terug naar Nederland. Spanje. Waar dan ook.

De laatste pepernoten heb ik zojuist afgeleverd bij de kinderopvang. Kunnen ze die daar met een gerust hart opkauwen.

Over Sinterklaas hebben ze al heel veel moeten horen dit jaar. En nu leren ze via mijn dochter ook meteen wat trakteren is.