Podcast De Dag: ‘Oost-Berlijn was een soort klein paradijsje’

Brandenburger Tor in Berlin 1989

Op 9 november 1989 gebeurde er in Duitsland iets dat de bevolking voor lange tijd onmogelijk hield: de grens tussen Oost en West was er ineens niet meer. De Muur werd doorbroken en vrij reizen was in een klap een feit.

Ulrike Nagel groeide als een gelukkig kind op in Oost-Berlijn. Ze was tien toen het IJzeren Gordijn viel. In De Dag blikt ze terug op die tijd en hoe het was toen ze voor het eerst in West-Berlijn kwam. “Iemand drukte wel vijftig rietjes in mijn handen bij de McDonald’s en zei: ‘die mag je hier gratis meenemen!’.”

NPO Radio 1 logo

De grensovergangen waren dertig jaar geleden dan wel open, de Muur en alles daar omheen stond er nog. Er was in heel Europa maar één bedrijf met een enorme betonknipper die de klus kon klaren en dat was Stolwerk in Breda. Sjef Snelders werd naar Berlijn gestuurd en hij vertelt hoe dat was.

De vieze, geliefde Trabant voorgoed van de Duitse weg?

In Berlijn zijn oude dieselauto’s verboden, maar de stinkende Trabant rijdt gewoon nog rond in de binnenstad. Het wagentje is nog altijd de trots van de Oost-Duitsers. De vraag is hoe lang nog, want de politiek mengt zich inmiddels in de discussie.

Het sturen gaat zwaar, het schakelen is lastig. De carrosserie is een mix van katoen en hars en voelt een beetje als hard karton. Kortom nul comfort, maar het bracht je wel op je bestemming.

Item RTL Nieuws Berlijn, Trabant

Luxeproduct tot 1989

“We noemden ‘m Rennpappe, een kartonnen racedoos”, vertelt Ulrike Nagel (40) die in het voormalige Oost-Duitsland is geboren. Als kind zat ze vaak op de achterbank. “We hadden een witte, met een blauw dak, die we hadden overgenomen van oma.”

Al oogt hij wat armoedig, de Trabant was tot aan de val van de muur in november 1989 nog altijd een luxeproduct. Je moest er flink voor sparen en erg lang op wachten. Na je bestelling kon het gerust tien jaar duren voordat je de sleutel kreeg.

‘We hadden niet eens een telefoon’

Nagel: “Wij hadden thuis niet eens telefoon, dus je kunt wel nagaan hoe bijzonder een auto was.” Ulrike was een jaar of acht toen er bij haar ouders voor het eerst een eigen auto voor de deur stond.

Ulrike Nagel in 1988, ongeveer 9 jaar oud in DDR met Škoda
Ulrike Nagel in 1988, ongeveer 9 jaar oud: “Ik heb helaas geen foto waar ik op sta met onze Trabant. We maakten niet zoveel foto’s toen. De auto op de foto is een Škoda.”

De Trabant rijdt ondertussen nog altijd rond in Berlijn. Je hebt de liefhebbers, maar het zijn vooral toeristen die een rondje maken. Bij het verhuurbedrijf Trabi-safari hebben ze er 35 staan. De concurrent heeft er zelfs honderd.

Techniek uit de jaren zestig

Als je instapt keer je een beetje terug naar de begintijd van autorijden en ondertussen tuf je langs de bezienswaardigheden van Berlijn.

Onder de kap een tweetaktmotor. Uit de uitlaat komen blauwe walmen, de restanten van verbrande olie en benzine. Het is techniek uit de jaren zestig. Een tijd dat er niet nagedacht werd over CO2- en stikstofuitstoot.

Dat is anno 2019 wel anders. Een Berlijns raadslid wil een einde maken aan het vervuilende brommertje op de weg. Het is volgens hem niet meer van deze tijd.

Een lelijk eendje?

Duitsland-correspondent Jeroen Akkermans geeft de plannen om de auto te weren ook weinig kans. Daarvoor is het autootje te geliefd, denkt hij. Wij zien een lelijk eendje, maar veel inwoners zien een pronkstuk rijden, een levend relikwie van de DDR, zegt Akkermans.

Lutz Nagel met Trabant
Een foto met de vader van Ulrike in 1991. Achter de gele Trabant van vrienden staat de Trabant van de familie Nagel. Na de val van de muur gingen ze samen op vakantie naar Denemarken.

Toen op 9 november 1989 de muur viel stapten Oost-Duitsers massaal hun Trabant in en staken ze in lange rijen de grens over. De vrijheid tegemoet. Ulrike heeft dan ook warme herinneringen aan hun maatje. In 1991 gingen ze voor het eerst op vakantie naar een ander land. Met de Trabant op de boot naar Denemarken.

‘Nog maar een paar’

Ulrike woont, na jaren in Nederland te hebben gewoond, weer in Berlijn. Als het aan haar ligt blijft de Trabi daar door de straten rijden. “Het zijn er nog maar zo weinig, en er worden ook geen nieuwe meer gebouwd.”