Youp gelooft in mij

De zaal wordt donker, de kroonluchters worden langzaam opgetakeld (dat kan tegenwoordig in dit net gemoderniseerde theater) en daar staat ie dan. Een klein, dik mannetje (ik citeer). Gewoon, maar ook heel rijk (ik citeer) en daarom niet minder hartverwarmend. Tien jaar geleden was mijn Nederlands nog zo slecht dat ik hem op tv niet kon volgen. Langzaam aan ging het beter en nu zag ik hem voor het eerst met eigen ogen. (En inmiddels kan ik hem ook prima verstaan, trouwens).

Ok, rij één op de galerij is net te hoog en te ver om ook zijn gezichtsuitdrukkingen te herkennen, maar toch. Ik zie hem echt.
En hij maakt me aan het lachen (en vriend J. naast mij ook). Herkenbaar, ouderwets, maar soms lijkt het alsof hij persoonlijk tegen ons praat. Alsof je hem na de voorstelling in de kroeg op de schouder kan slaan en ‘Hee Youp’ kan roepen. Al laat hij ons na vijf minuten weten dat hij daar een gruwelijke hekel aan heeft, zulke mensen met zulk gedrag.

Na vijftig minuten vertelt hij me over zijn geloof. Zijn geloof in de god Ullikulli. Volgens Youp en de rest van Nederland spel je dat vast ‘Oelikoeli’, maar in een Duits hoofd zien de woorden er nog wel eens anders uit. Ullikulli dus. En van die God mag hij alles. ALLES. Geen regels, geen verboden. Dus hij houdt heel erg van zijn eigen God. En dus ook van mij.
Blij en met tranen van het lachen loop ik het theater uit.

Hasta la Cuba


Back op de redactievloer en alweer enkele dagen gewend aan het koude en kille winterweer. Hier links dus een oppepper voor alle mensen die geen kans zien om deze winter nog naar warme oorden af te reizen.

Cuba is een aanrader: interessante mensen die in een inmiddels arm, maar toch boeiend systeem leven (voor een op westerse luxe ingesteld meisje). In oude vervallen Spaanse villa’s gemoedelijk hun sigaartjes roken en er nog een glaasje suikerwater met rum bijnemen. En als je daar een foto van wil maken, je om 1 peso vragen; een achtste van hun maandsalaris (en 80 cent voor ons, dus de verbaasde toerist doet lekker mee). Desondanks leggen ze graag alles uit over hun omgeving, al moest het dankzij mijn gebrekkige Spaans ook met handen en voeten.

En tenslotte tussen de palmbomen ook een paar bekende ervaringen met Oost-Duits ogende gebouwen uit de jaren ’60 en ’70; scholieren die net als ik vroeger blauwe en rode halsdoeken dragen en een drinkfestijn met een door mij erg gemist ‘Genussmittel’: maltbier!

> Eigen fotoserie