Ik durf me er niet onderuit te wurmen

Ik zou me geheel willen onthouden van het fenomeen ‘uitdelen’. Stiekem weet ik al dat kinderen op school moeten trakteren als ze jarig zijn en dat verschillende winkels daar slim op inspelen door het ene na het andere product te bedenken.

Maar ik vind dat eigenlijk altijd een beetje flauw. Nog steeds hang ik het geloof aan dat je op je verjaardag vooral iets van anderen moet krijgen. Trakteren hoeft van mij niet. Nou goed, dat ene stukje taart, dat lust ik wel. Maar waarom zouden al die andere kinderen ook iets krijgen, terwijl JIJ jarig bent? Daar hebben ze toch hun eigen verjaardag voor?

Goed, nou heb ik iets soortgelijks. Ouders van baby’s op een crèche schijnen anderen ook te trakteren. Als hun kroost één jaar oud is, bijvoorbeeld. Of naar een andere babygroep gaat. Ik zou niet weten wat mij dat als ouder (die niet eens weet welke baby bij wie hoort) aangaat, maar toch heb ik al twee babykoekjes en twee voorleesboekjes in het mandje van mijn zoon aangetroffen. Mooi verpakt, met een lintje en een kaartje.

En aangezien Max morgen zijn laatste dag op deze Gooise crèche heeft, en ik een goede ouder wil zijn en dat niet ongemerkt voorbij wil laten gaan, ben ik toch voor de bijl gegaan. Resultaat zie boven links: een speciale stapel ‘Uitdeelboekjes’ van die dikke kleine oranje kater, met een korte maar krachtige boodschap. Sober, zonder poespas. Zo ver kon ik me dan toch nog inhouden.

De beste baan…

…ter wereld. Die houdt de gemoederen al een paar weken bezig. Her en der hoor je dat onbekenden of vrienden hun snorkelspullen uit de kast trekken en gretig aan een videofilmpje beginnen om een half jaar lang op Hamilton Island met de voetjes in het zeewater te bungelen.

Ja, want dat is bijna alles wat je hoeft te doen. Gezocht wordt een ‘Island Caretaker’die met het postvliegtuigje mooie kiekjes vanuit de lucht mag maken en die af en toe een blaadje uit zijn swimming pool moet vissen. Darnaast mag ie een blog bijhouden (hoe moeilijk is dat?) en videobijdrages over zijn leven in een tropisch paradijs maken (nou, ook niet veel lastiger…).

Eén moeilijkheidje voordat je naar Australië mag afreizen: voor deze baan zijn inmiddels 34.000 sollicaties binnen. Eén daarvan is van collega R., die al langer droomt van luieren in bovenstaande hangmat (wie niet). En die ook erg mooie filmpjes kan maken. Helemaal als het om zijn eigen sollicitatie gaat!

Volgende week is de shortlist van de 50 beste kandidaten klaar, de beste 10 mogen op kosten van de Tourist Office in mei op sollicitatiegesprek.

En oh ja, mocht het collega R. lukken om de andere 33.999 te verslaan, dan verdient hij in zes maanden tijd 70.000 euro. Mwa, dan loont het best om je baan op te zeggen.

Les Mis

Vroeger, in de jaren 90, toen vriend J. en ik nog heel jong waren – de één nog in Berlijn en de ander in Hoogeveen woonde – toen luisterden J. en zijn vader H. bijna wekelijks in de auto één en hetzelfde bandje. Opzwepende koren die in het Engels over Frankrijk zongen.

Omdat vriend J. ernaar luisterde, wilde ik natuurlijk niet achterblijven. Het familiebandje werd gekopieerd en ging per trein mee in de walkman (ja, die had ik toen nog). Tegelijkertijd ging een hele reeks eerste dikke Nederlandse boeken mee. Geleend van een vriend van J. die er helemaal gek op was: De stam van de holebeer. Ik kon het net allemaal begrijpen op mijn 17e.

En omdat ik toch niet naar de Engelse teksten van de muziek op mijn oren luisterde, maar helemaal verdiept was in het verhaal op papier, koppelde ik de musical ‘Les Misérables’ in mijn hoofd aan Ayla, de hoofdpersoon uit ‘de holebeer’. (Wat natuurlijk nergens op slaat, maar niemand had mij het bijbehorende boek van Hugo in mijn handen gedrukt…).

Tot gisteren: in Carré zagen vriend J. en ik de een-na-laatste voorstelling van Les Mis. En omdat die in het Nederlands was, begreep ik ook eindelijk het verhaal. De zo vaak geluisterde muziek kreeg inhoud. 13 jaar verder en ik snap eindelijk dat Valjean, Javert, Eponine en Fantine gewoon voornamen zijn. Beter laat dan nooit.

Woonbladen ok, maar dan?

Mijn afwezigheid de laatste dagen valt te verklaren met een stapel tijdschriften die ik van schoonzus S. meekreeg. Zij is een ster in het doorbladeren, bewaren, ideeën opdoen en het belangrijkste: ze zet de plaatjes van het woonblad ook om in de praktijk.

Dus iedere keer als we haar in haar knusse schippershuisje in het kleine, maar gezellige plaatsje M. in het noorden opzoeken, genieten we van de grijs- en de bruintinten van de bank en de tafel en verlekkeren we ons aan alle daarbij passende accessoires (om maar even met zo’n woonbladenterm op de proppen te komen…). En dat doet ze met een klein budget, want haar studie moet nog af voordat de centjes binnen komen rollen.

Ik denk dat ze alle nuances van grijs al in haar handen heeft gehad, en ook de zand-, modder- en taupekleuren zijn aan haar besteed. Helemaal sinds ze de slaapkamer van haar en lief E. heeft omgetoverd en zelfs metallicverf op de muur durft te smeren.

Aangezien vriend J. en ik vlak voor een verhuizing staan, is de stapel tijdschriften al voor driekwart gelezen. Heel veel goede ideeën schrijf ik op. In mijn hoofd vormen zich langzaamaan kleuren, patronen en de bijpassende meubels.

Maar alle voorbereiding is teniet als ik vandaag in een zaak sta waar we de vloerbedekking willen uitkiezen. Ik had een vermoeden, maar toch wist ik niet dat er zoveel tapijtstalen bestaan, zoveel kleuren, zoveel nuanceverschil tussen ‘net-nog-wel-hoogpolig’ en ‘net-ietsie-pietsie-hoogpoliger’. Dat je verschillende ondervloeren hebt, dat je het in verschillende richtingen kan leggen, dat je de voetafdrukken op de ene wel ziet en op de andere niet, dat je…. En dan zijn we nog maar bij de vloerbedekking! Net als vriend J. dacht ik dat we er binnen een half uur wel uit zouden zijn. Het werden er minstens 4 en nu twijfelen we nog steeds aan onze keus.

Poeh. Ik ga de hulp van schoonzus S. inschakelen, anders ben ik hopeloos verloren.

1989-2009

Het is even geleden. Wellicht zijn er lezers van dit blog die het ook al vergeten zijn, maar dit jaar is er alle reden om er weer eens bij stil te staan: 20 jaar geleden viel de Berlijnse muur. Voor veel Nederlanders één van de eerste live-televisiegebeurtenissen, voor mij een deel van mijn jeugd. Weliswaar wat vervaagd, maar toch zijn er genoeg herinneringen over.

Toen was ik 10 jaar; inmiddels ben ik even oud als mijn ouders toen (en daar schrik ik nog wel eens van…). Niet alleen ik, ook de NDR staat stil bij het jubileum. Met de serie ‘Meine DDR’. Wat oubollig klinkt, is een interessante mix tussen oude beelden en nieuwe reportages. Met de mensen van toen. En nu.

> Eén van de afleveringen is hier te zien

Der Vorleser alias The Reader

Elk jaar mis ik haar opnieuw: de Berlinale. Hét filmfestival van Berlijn. Ooit stond ik één keer (gevoelde en echte 15 jaar geleden) langs de rode loper bij het Zoopalast, toen de grootste bioscoop in Berlijn. Ik kan me Julia Roberts herinneren, en Ben Kingsley, en dat ze allebei zo ontzettend kleine mensen waren.

De Zoopalast is zijn titel als grootste bios inmiddels kwijtgeraakt, de Potsdamer Platz heeft de rode loper overgenomen. En daar stapte eergister ook Kate Winslet uit de auto. En eerlijk is eerlijk: dat had ik willen zien. Blijft de film over waar ze voor kwam: The Reader, de verfilming van het Duitse boek ‘Der Vorleser’ van Bernhard Schlink. Een symbiose tussen Engelse en Duitse acteurs (die dan wel Engels spreken, helaas…).

Het boek was heel goed, Kate Winslet in de hoofdrol is veelbelovend. Een Oscar-nominatie heeft ze al binnen.

> Kijk de samenvatting van SpiegelTV

Zomaar een blauwe plek? Of….

…iets anders? Utrecht loopt in ieder geval voorop als het gaat om het tijdig signaleren van kindermishandeling. Op de Spoedeisende Hulp bij het Mesos Medisch Centrum zijn ze daar speciaal voor geschoold.

Een hele middag heb ik doorgebracht in het ziekenhuis tot daar Bastiaan met zijn vader Guus binnenkwam: het resultaat.

Zaken doen in barre tijden (op z’n Berlijns)

Het fietsenhok bij S-Bahnstation Rummelsburg heeft een dak van doorzichtige kunststof. Langs de rand loopt een metalen buis, een afvoer voor de regen. Dat je er ook hele andere dingen mee kan doen, blijkt op maandag middag als ik langsloop om de volgende trein te halen. Een man hangt vlak onder het dak, hij klampt zich vast aan de stangen van het hok. Zonder iets te kunnen zien, graait hij met zijn linker hand in de metalen buis boven zijn hoofd. Hij moet er veel moeite voor doen, want hij kan er van de binnenkant van het hok amper bij. Toch redt hij het net: zijn vingers pakken iets uit de geul: een slof sigaretten.

Een tweede man staat naast hem, type gepensioneerd, muts op tegen de wind, ouderwetse sporttas in de hand, weinig geld in de portemonnee.

Ik zie het uit mijn ooghoek, maar ga mijn trein missen en loop dus verder. Als ik de S-Bahntunnel in draai, merk ik nog net dat de oudere man inmiddels achter me loopt.

Hij doet rustig de rits van zijn tas dicht.