Komkommernieuws uit de groene container

In Vleuten verdwijnen de kliko’s. Jawel, die groene en grijze bakken die u regelmatig aan de straat zet. Poef, weg. Toen een collega tijdens een ochtendvergadering met dit verhaal op de proppen kwam, lachten we allemaal.

Ondertussen zijn we een tv-reportage en heel wat mailreacties en telefoontjes verder. Er schijnen heel veel mensen te zijn die hun kliko’s missen en nog meer mensen die ook weten waar ze naar toe zijn. Dat zijn die mensen die stiekem achter het raam staan gluren. Die er misschien al eentje misten of gewoon buitengewoon nieuwsgierig zijn. En wat blijkt? Een groot deel van de kliko’s wordt gewoon samen met de groente en het huisvuil verpletterd in de vuilniswagen.

Hoe dat gaat? Vuilnisman Patrick weet er alles van. Hij doet dit immers al 8 jaar lang. Zelf heeft ie nog niet zoveel bakken in zijn vrachtauto gehad, maar toch gebeurt het regelmatig, zegt ie. Driekwart van de kliko’s verdwijnt op die manier.

En de rest? Wordt gejat. Of als wateropslag gebruikt op de camping.
De zomer is begonnen.

Waarom wij graag berichtjes tikken…

Het is zover. Zonder dat ik een reden kan noemen, ben ik nu ook officieel lid van Twitter. Al een hele week. Ik post zinloze en zinvolle berichten. Repo af? Dan zet ik er een link bij. Immers: om nou iedere dag mijn reportages op mijn weblog te zetten – zo ijdel ben ik dan ook weer niet. Op Twitter kan zoiets wel.

Twitter is vluchtig, beklijft niet, is kort van stof en de meeste berichten bereiken me niet omdat ik niet vaak genoeg kijk. Toch volg ik alweer meer dan 20 mensen en word ik door evenveel gevolgd. Niets vergeleken bij schoonzus die dit al haar halve leven doet (zo lijkt het) en dus honderden followers op haar naam kan schrijven. Waarom ze haar volgen? Werkelijk waar: geen idee. Net zo weinig als ik snap waarom mensen op mijn naam zouden klikken.

Ik geef toe: de eerste twee dagen was het een kick om te kijken hoeveel mensen zich bij mijn berichtjes aansluiten (ik ben nog net niet zo bedreven dat ik het woord ‘tweets’ uit mijn strot krijg). Maar daarna was de eerste fascinatie er alweer af. En nu moet ik al regelmatig nadenken over mijn volgende tekst.

Vriend J. vindt het grote onzin, dat Twitter. Terwijl hij verder heel erg modern is, hoor. En toen een collega mij gisteren met een heel serieus gezicht vroeg: waarom doe je daar aan mee? Kon ik niet anders antwoorden dan: “Weet ik eigenlijk ook niet.”

Gelukkig zijn er wel meer mensen zoals ik. Ook vriendin M. had twee weken geleden zeker nog geen zin in dit gedoe. En toch is ook zij sinds een paar dagen Twitteraar. ‘Met frisse tegenzin’, zegt ze zelf. Al geloof ik dat het puur door de verveling komt, want door een blessure en de zomerstop van haar programma kan ze noch fietsen noch werken. Ja, wat moet je dan.

Het antwoord is waarschijnlijk even simpel als eeuwenoud: het gaat doodgewoon om zien en gezien worden.

Vouwen graag!

Vaak ga ik met de trein naar mijn werk. In wijs vooruitzicht kocht ik twee jaar geleden een vouwfiets. De gedachte dat we wel eens uit de randstad zouden wegtrekken, zat in mijn achterhoofd en zo geschiedde.

Vanaf dag 1 heb ik veel lol met mijn groene inklapbare draadezel. Nu des te meer, want eenmaal aangekomen in Utrecht suis ik in de derde versnelling langs alle andere fietsers. Ik hoef niet tussen gammele barrels naar mijn eigen fiets te zoeken en als ik te laat ben en op moet schieten, kan ik hem nog altijd als step in de lange gangen gebruiken.

Nou is de vouwfiets zwaar in opkomst. Dat is al een tijdje zo, maar toch is het nu anders. Fabrikanten komen met steeds meer lijkende modellen. Ook de neppers hebben nu de maat van de Brompton, terwijl ze twee jaar geleden nog stukken groter en onhandiger uitpakten.

En juist daarom begrijp ik niet dat heel veel mensen met hun uitgevouwen fiets in de trein stappen. Uitgevouwen in het gangpad, soms hooguit één wiel weggewerkt. Regelmatig zie ik hoe de fietser die hem dan nog wel inklapt, hem alweer uitvouwt voordat de trein stilstaat. Lekker botsen tegen andermans blote benen, tassen en witte broeken. Ik bedoel: dat kun je toch ook buiten doen?

Hoofdschuddend stap ik als enige met een ingevouwen fietsje uit de trein. Maar omdat alle mensen ZONDER vouwfiets een hekel hebben aan alle mensen MET vouwfiets, ben ook ik niet bijzonder geliefd bij alle perronwandelaars. Ingevouwen of niet.

Nou ja, zometeen op het Smakkelaarsveld heb ik ze toch wel weer mooi allemaal ingehaald.

Eindelijk

Eindelijk doen we het weer. Sinds we een kind hebben, komt het er niet meer zo vaak van. Ja, tijdgebrek, geen zin, al die bekende taferelen. Liever op de bank hangen, of iets lezen of gewoon moe. Wie kent het niet…

Maar dit weekend is daar een einde aan gekomen: we slaan weer aan het fietsen!

Ik heb het over dat verheffende, vrije gevoel van twee trappers die je heuvels af en heuvels op brengen (voor zover in NL aanwezig, maar bij ons om de hoek kan dat wel…). Die wapperende haren en het zachte gezoem over het asfalt.

Opstappen, trappen en los. Naar verre oorden dichtbij. En nu kan dat allemaal samen met Max en vriend J.. Als een koning zit ons kindje voorop, de weilanden ondertussen verhalen vertellend. Koeien tellen. Zwaaien naar die passerende hardloper. Omkijken naar de trein. En dan in de stad parkeren en een ijsje eten.

Het stuurt wat zwaarder, maar het gevoel is als vanouds. We fietsen weer!

Liters vloeibaar goud

Al weken breek ik me het hoofd over iets vrij onbenulligs.
Vriendin K. aan de overkant van de straat is zwanger en aangezien ik eind deze maand een feestje geef en dat al lang weet, ben ik aan het mijmeren over een non-alcoholisch drankje dat ik haar wil voorschotelen.

Iets langer dan een jaar geleden leerde ik dit drankje kennen op het Koninginnedagfeestje van de Bussumse Bazelburen. Die zijn allemaal tien jaar ouder dan ik en hebben al enige ervaring met dikke-buiken-feesten waar je wel graag wilt drinken, maar ja, het mag nou eenmaal niet.

Dan kun je natuurlijk de hele avond aan de cola of de sinas, of appelsap, of nog erger: thee. Op een feestje wil je daar toch eigenlijk niet mee gezien worden, lijkt me.

En daarom is het dus zo mooi dat er een drankje zonder alcohol is die er ook nog een beetje hip bij staat. Vette kleur: oranje met een gouden schittering. Klein flesje dat een geheim lijkt te hebben: wat zou daar toch inzitten?

En tenslotte het belangrijkste: het smaakt! Doet denken aan oranjebitter, maar minder zoet. Lekkerder dan bier, niet te vergelijken met een wijntje, eerder met een likeur. Een echte borrel voor zwangeren dus.

Nu heb ik eindelijk een keer op internet goed gezocht naar het bijna weer vergeten flesje. Bij de volgende boodschappen neem ik er één mee voor vriendin K.. Mag ze het testen. En als het bevalt: sla ik er liters van in.
Je mag er tenslotte eindeloos van drinken!

Omschakelen

Soms lijkt ook de voor ons zo gewone reis naar Berlijn één grote jetlag.

Donderdag 6.30 uur vliegtuig Weeze, 7.45 uur aankomst Schönefeld.
Thuis tweede ontbijt met veel koffie.
Max op bed, wij ook. Bijslapen.
14 uur: naar de stad, langs een geplande afspraak.
Winkelen.
Eten.
Laat slapen na een wijntje.
Wat lijkt de dag toch lang zo.

Vrijdag: 13.00 uur afspraak met vriendin J. en baby C. in de Tierpark.
Wandelen tot we moe zijn.
Lekker eten.
22 uur naar de stad.
Biertjeen leuke gesprekken in de S-Bahnbogen.
0.00 uur dakterras bij Weekend.
Cocktails.
3.00 uur Knockout.

Zaterdag:
9.00 uur: Terughollen naar de Tierpark, want knuffel Max kwijt. Niet gevonden. Triest.
12.00 uur proberen bij te slapen.
14.00 uur naar de stad, laatste boodschapjes.
17.00 Feestje Vati verjaardag in DDR-villa.
3.00 uur doodmoe, met dansbenen naar bed.

Zondag:
Uitslapen.
Langs vriendin J.
Langs Omi, Max ophalen.
19.30 uur: Schönefeld.
21.30 uur: vliegen.
0.20 uur exhausted in eigen bed.

Waar stond dat ook alweer?