Weg

Vakantie! En zo’n volle agenda voor vertrek dat er geen tijd was voor meer regels.

Tot snel!

Leeg

De afgelopen twee weken zit ik iedere werkdag op de snelweg. Terwijl ik eigenlijk van de trein hou, en nog meer van het boek in mijn handen, in plaats van het stuur.

Sinds vorig jaar augustus heb ik een eigen auto. Jarenlang kon het zonder, ging ik op de fiets naar mijn werk of met de trein. Ook samen met Max ging dat nog goed. Tijdens mijn verlof met kinderwagen de bus in, of gewoon de 25 minuten lopen naar het station. Geen probleem. Goed voor de lijn.

Toen de zomer voorbij was, ging ik weer aan het werk, en moest alles weer een versnelling hoger. En dus bleek een eigen auto erg handig. Max wegbrengen en daarna door de file naar het werk rijden. Vooral dat laatste werkt op je zenuwen als je iedere dag minstens twintig minuten stil moet staan. Ik hou van mijn auto, maar dit? Daar had ik weinig zin in.

Nu wonen we aan de andere kant van het land en wissel ik af. Maar sinds de meivakantie is Nederland al in een hele diepe zomerslaap gevallen en zijn de wegen dus leeg.

Ik kan doorrijden. Binnen een uur ben ik waar ik moet zijn. Droog. Niet bezweet. En mijn haar zit nog net als thuis.

De trein vertrekt in de zomer zonder mij. Ik ga de auto weer in.

Villa Hooiberg

Precies twee jaar geleden mochten collega R. en ik aftrappen, inmiddels zijn we alweer afgelost door een heleboel nieuwe collega’s. Deze week mogen Ardy en Maarten op pad en de start van een nieuwe reeks Villa Hooiberg afleveringen smaakt naar meer.

Gelukkig kunnen we daar vier weken lang van genieten. De heren zoeken een warm bedje in ruil voor een klus. Een zoektocht met draaien, werken, slapen, de volgende dag monteren, onmiddellijk uitzenden en weer verder draaien. Ik zou bijna zeggen: ik doe het ze niet na. Maar in dit geval heb ik het voorgedaan.

Maar eerlijk is eerlijk: de hooibergers hebben er anno 2009 een nieuw spiffy interactief elementje bij – ze hebben hun eigen Twitter-account.

En dit is de eerste aflevering.

Oben an der Spree

Berlijn is booming. Dat is al een paar jaar zo, en het lijkt een eeuwig durende toestand te worden. Ongeveer vier jaar geleden vroegen de eerste collega’s aan mij: waarom ben je daar ooit weggegaan? Mijn antwoord was steevast: nou, omdat de stad in 1998 niet zo heel erg spannend was.

Dat slaat natuurlijk nergens op, want van buitenaf bekeken is de stad minstens sinds 1989 zo spannend als geen andere in de wereld. Alleen de Berlijner die dagelijks met de S-Bahn naar school of werk gaat, met een boek in de hand of een vermoeide blik door het raam, starend naar bruingrijze betonlandschappen, die merkt daar weinig van. Ik dus. In 1998.

Maar gelukkig ben ik weggegaan en met kleine stapjes steeds weer dichter bij de stad gekomen. Dankzij Nederlandse vrienden en toeristen die de stad van me dreigden af te pakken, heb ik mijn nieuwsgierigheid weer terug en zoek ik nu bij ieder bezoek nieuwe plekken op.

Eén van de volgende stappen wordt een ronde door het nieuwe techno-hart van Berlijn, de Spree, samen met vriend J.. Langs de rivier, zowel aan de Oost- als aan de Westkant, zitten de beste minimal- en electroclubs van de stad verstopt. Dankzij ijverige muziekkenners worden ze langzaamaan bekender. En ook steeds beminder, want grote bouwprojecten staan op stapel die diezelfde disco’s zomaar weer kunnen laten verdwijnen.

Ondernemers die geld brengen – of toeristen die dansen. De stad staat voor een moeilijke keus.

We hebben nog even, dus voordat het einde nadert, gaan we feesten.

Dat wordt ook eens tijd, want de laatste keer dat ik in mijn eigen stad regelmatig uit ging, is inmiddels 17 jaar geleden.

* Op de foto boven: Bar25, amper herkenbare ingang met hartjes aan de Holzmarktstraße

Amersfoortse snackbar maakt furore in Berlijn

Begin over Duitsers en eten en je komt al snel bij worst uit. Op straat vind je talloze tentjes met worsten. Of döner, gegrild vlees in een pitabroodje.

Maar als het aan Uwe Hübner uit Amersfoort ligt, wordt de Duitse culinaire cultuur verrijkt met iets nieuws. Hollandse snacks. Kroketten, frikadellen en kaassoufflés dus. Zou het Uwe lukken om daarmee Duitsland te veroveren? Ulrike van RTV Utrecht ging kijken in Berlijn.

Berlijnse kroketten

Hij valt bijna niet op, tussen al die grijze panden in Friedrichshain. Al vaker reed ik er met de auto langs en zag in een flits een oranje molen op de deur. Wat het verder precies was, daar had ik nooit naar gekeken.

Tot ik afgelopen donderdag op zoek was naar een onderwerp voor een grappige reportage. Toen schoot ie mij weer te binnen. Mijn vader haalde een bonuskaart uit zijn zak. “Hier, je kan punten sparen bij hem. Ik heb er laatst kibbeling gegeten.”. Mijn vader houdt erg van kibbeling, en als je dat tegenwoordig in Berlijn kan krijgen, is dat best iets bijzonders.

Want Duitsers kennen dat helemaal niet. Ook geen kroketten, of een frikandel, kaassoufflé of bamibal. Daar komt nu wel snel verandering in, want Uwe is met een opmars bezig. Of ie de döner- en currywurststands kan verslaan? Wie weet. Maar Uwe is wel goed bezig.

Voor de Nederlandse vakantieganger die ook in het buitenland graag eigen voedsel verorbert: u hoeft niet verder te zoeken. Neue Bahnhofstraße 26, daar moet u zijn.

En ik heb het zelf getest: best lekker. Bovendien heb ik het gefilmd, dus kijk zelf maar hoe Uwe het er vanaf brengt.

Poldersport

3 teams á 10 man. We zijn allemaal collega’s en we zullen het midden in de polder tegen elkaar opnemen. Ik maak deel uit van ‘Die Mannschaft’, in oranje shirtjes. Het begint nog aardig en onschuldig met kruiwagenrennen. Eén erin, de ander duwt, bij de streep wisselen. Kinderspelletjes in het groene hart, maar met volle inzet en overwinningsgeest.

We zijn omgeven door drassige sloten en hoe verder de opdrachten vorderen, hoe dichterbij komt het water. Over een boomstam balanceren naar de andere kant. Netten inklimmen zonder uit te glijden. Aan een touw bungelen zonder dat je een natte broek krijgt. Die Mannschaft verliest dikke punten, want we zijn gewoon te langzaam. Geen ontkomen aan de sportieve ondergang.

Maar dat maakt allemaal niet meer uit als we het laatste onderdeel voorgeschoteld krijgen. Over rubberen matten naar de overkant van het water lopen. Het gaat om de eer. Wie durft? En heeft er lak aan om vies en nat te worden? Iedereen gaat overstag. Lopen is er niet bij, het wordt buikschuiven. En douchen achteraf.

Met rosétje in de avondzon op het bankje, geroosterd vlees op het bord, schone kleren, campinggevoel. Wat is de zomer toch mooi.

Vandaag spierpijn.

Verticu…wat?

Sinds maart zijn wij burgers in een nieuwbouwwijk. Burgerlijk dus. En aangezien we nu ook een tuintje hebben met een mooi klein grasveldje, moeten we die ook bijhouden. Zoals dat goede burgers betaamt.

Vriend J. is sinds dag 1 in de weer om het gazon helemaal mooi, vol, groen en sappig te krijgen. Het lukt hem aardig, al waren de grassprietjes niet zo blij met de house-en-tuin-warming van afgelopen weekend. Ze zijn er acuut van gestorven. We doen er gewoon weer even wat water overheen.

Maar volgens de insiders moeten we verticuteren. Ja, mijn woordenschat heeft er weer een nieuw woordje bij. Even nalezen en aan de slag. Ware het niet dat je voor ieder klein tuindingetje ook weer een puik klein apparaatje nodig hebt. Die kun je allemaal kopen, maar dan is de garage wel erg snel vol (En die is net zo mooi opgeruimd, omdat vriend J. zo goed kan klussen; het is echt waar, mensen! Ik wil hem best even uitlenen!).

En dus stellen we de klus uit, ook omdat het met 30 graden veel lekkerder is om lui onder de parasol te hangen, met boekje, wijntje en terrashaardje.

Dat laatste hebben we weer te danken aan vriendin S. en vriend R.. Een klein, hip, rood terracotta-oventje. Er past precies één houten blok in, maar het is nog even wat werk om die ook aan te krijgen.

Gelukkig houdt vriend J. van vuurtjes stoken en dus kan het niet lang meer duren voordat de kachel brandt.

In ieder geval vele malen eerder dan dat ons gras geverticuteerd is.

(Achter het kacheltje is te zien dat we ook de wijn van vriendinnen M. en L. nog moeten planten. Tussen de lavendel, als het goed is. Zo worden we niet alleen tuin- maar ook wijnkenners!)