NOS Radio 1: Ulrike Nagel groeide op in Oost-Duitsland

Zaterdag 3 oktober is het 30 jaar geleden dat Oost en West Duitsland werden herenigd.  Het jaar daarvoor was de muur gevallen, een belangrijk moment natuurlijk in de recente geschiedenis van Duitsland. Journalist Ulrike Nagel vertelt in de uitzending over het leven in Oost-Duitsland, ze groeide er namelijk op. 

Beluister het interview met Jurgen van den Berg.

Ulrike Nagel interview Radio 1
Ulrike Nagel interview Radio 1 met Jurgen van den Berg
Radio-1 interview 30 jaar hereniging Duitsland (2020) Ulrike Nagel als MP3

Achtergrond

Ondertussen bijna dertig jaar geleden herenigden Oost- en West-Duitsland. Toch zijn de demografische ontwikkelingen tussen beide regio’s vandaag erg groot. En het ziet er ook niet naar uit dat dat gaat veranderen, meldt het Berlijnse Instituut voor Bevolking en Ontwikkeling in een nieuwe studie.
Op 3 oktober 1990 werd de Duitse Democratische Republiek (de DDR, ofwel Oost-Duitsland) herenigd met West-Duitsland. Sindsdien is de Duitse bevolking met ongeveer 3,4 miljoen mensen toegenomen. Eind 2019 telde heel Duitsland maar liefst 83,2 miljoen mensen.

Door de Duitse hereniging van 1990 tot één Duitsland werd een einde gemaakt aan de periode van verdeeldheid tussen de voormalige DDR, Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) en BRD, Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland).

Wel zijn de verschillen tussen Oost en West groot. Terwijl de westelijke deelstaten tussen 1990 en 2019 een toename zagen van bijna 5,5 miljoen mensen, zagen de vijf oostelijke staten (Brandenburg, Mecklenburg-Voor-Pommeren, Saksen, Saksen-Anhalt en Thüringen) hun bevolking afnemen met ruim 2 miljoen mensen. Vooral Saksen-Anhalt (de deelstaat ten westen van Berlijn) kende een forse leegloop. Daar is de bevolking in dertig jaar tijd met een vierde gekrompen.

Op de cover van het Jahresbericht zum Stand der deutschen Einheit is de façade van een huis in het Oost-Duitse Görlitz afgebeeld. Links zoals die in de jaren tachtig was: oud en vervallen, een ruïne. Rechts is te zien hoe het huis er nu bijstaat, opgeknapt tot een pronkstuk, beschrijft de nieuwssite tagesschau. Zo toont de bondsregering 30 jaar na de eenwording de situatie in Oost-Duitsland graag.

Jahresbericht zum Stand der deutschen Einheit (2020)
Lees hier het hele Jahresbericht zum Stand der deutschen Einheit (2020) als PDF (12 MB).

Er is veel bereikt, blijkt uit het jaarlijkse rapport over de stand van de Duitse eenheid. Dat werd woensdag, kort voor de viering van 30 jaar Duitse eenwording op 3 oktober, gepresenteerd door Marco Wanderwitz (CDU). Hij is de Ostbeauftragte, de adviseur van de bondsregering voor Oost-Duitsland. “Sommige dingen hebben wat langer geduurd dan gepland. Maar we kunnen op veel gebieden in principe zeggen: eenheid voltrokken, eenheid hersteld, eenheid bereikt.”

De studie meldt dat de migratie van Oost naar West sinds 2015 vrijwel gestopt is. Maar door de leegloop in de jaren 90 werden er te weinig kinderen geboren om de bevolking weer op peil te brengen. Ook migratie vanuit het buitenland heeft dat gat niet kunnen opvullen.

Oost-Duitsers hebben de democratie in 1989 en 1990 voor zichzelf bevochten, maar daarna was het snel gedaan met de inspraak en het mee mogen beslissen. Sinds de eenwording op 3 oktober 1990 gelden de West-Duitse politieke, economische en sociale systemen ook voor Oost- Duitsland. Veel Oost-Duitsers vinden dat ze die ‘opgelegd’ kregen en voelen zich tweederangs burgers. Dat bleek eerder deze maand weer uit een studie van de Duitse denktank de Bertelsmann Stiftung. Zo’n 60 procent van de ondervraagde Oost-Duitsers deelnemers gaf aan dat ze zich tweederangsburgers voelen. West-Duitsers hebben dat gevoel veel minder. Voor Oost-Duitsers is het feit dat ze uit Oost-Duitsland komen nog zeer belangrijk voor hun identiteit, terwijl West-Duitsers hun herkomst als minder relevant ervaren.

Die Eidechsen-Helfer von Hoppegarten

Die Gleise zwischen Hoppegarten und Fredersdorf sind seit einigen Wochen der Arbeitsplatz für Lennart Praed und seinen Kollegen Daniel Keller. Sie suchen das Gebiet nach Zauneidechsen ab, sammeln diese ein und setzen sie an geeigneteren Stellen wieder aus.

Am Bahnnetz rund um Berlin wird viel gebaut – so auch zwischen Hoppegarten und Fredersdorf. Doch bevor es losgehen darf, werden die Tiere gerettet, die dort leben und unter Naturschutz stehen. In diesem Fall sind es die Zauneidechsen.

Beitrag von Ulrike Nagel für RBB, Brandenburg Aktuell, “Mark & Metropole”, Sonntag 27.09.2020 um 19:30.

Ulrike Nagel RBB Abendschau Die Eidechsen-Helfer von Hoppegarten.
Ulrike Nagel RBB Abendschau Die Eidechsen-Helfer von Hoppegarten.

RBB Abendschau – AusflugsTipp – Potsdamer Uferweg – Fr 24.07.2020, 19:30

https://www.rbb-online.de/abendschau/ausflugstipps/beitraege/potsdamer-uferweg.html

Beitrag von Ulrike Nagel

Zwischen Glienicker Brücke und “Brücke des Friedens” kann man in Potsdam entlang des Jungfernsees radeln, wild baden, picknicken oder sich auf historischen Spuren entlang des Mauerweges und am Schloss Cecilienhof bewegen. Wir reisen vom Hauptbahnhof mit dem Wassertaxi an und radeln den Weg entlang.

Ulrike Nagel RBB Ausflugstipp
Ulrike Nagel RBB auf einem Floss
Ulrike Nagel RBB Abendschau Ausflugstipp
Ulrike Nagel RBB Abendschau Ausflugstipp

Duitsland zoekt ‘gevaarlijke Rambo’ in vakantiegebied

Duitsland is in de ban van de klopjacht op een ‘gevaarlijke Rambo’. De man houdt zich schuil in de bossen van de populaire vakantiebestemming Zwarte Woud. Het gaat om Yves Rausch en is geen onbekende van de politie vertelt Duitsland correspondent Ulrike Nagel in Stax&Toine.

“Hij heeft ze niet overmeesterd. Hij verbleef in een hut in het bos waar hij illegaal zat. De hutbezitter heeft de politie gebeld en gezegd dat er iemand met wapens in zat. De politie ging erop af, vroegen hem zijn wapens uit te leveren. Dat heeft hij ook gedaan, maar hield toch een wapen achter en daarmee bedreigde hij de mannen. De politie was zich bewust dat het om een levensgevaarlijke situatie ging en daarom hebben de vier politieagenten hun wapens neergelegd. Daarna is de verdachte met die wapens vertrokken,” aldus Nagel

 

NPO Radio 1 Stax en Toine
Ulrike Nagel op Radio 1 bij Stax en Toine

RBB Abendschau – Ausflugstipp – Radtour entlang der Alten Spree

Ulrike Nagel RBB Abendschau - Ausflugstipp - Radtour entlang der Alten Spree

Ausflugstipp
Radtour entlang der Alten Spree
Fr 05.06.2020 | 19:30 | Abendschau

In Zeiten von Corona ist für viele in diesem Jahr Urlaub zu Hause in Deutschland angesagt, viele wollen noch nicht mal mehr Berlin verlassen – ist ja auch schön hier! Abstecher in die Ruhe und in die Natur gehen natürlich auch bei uns. Unser Ausflugstipp: mit dem Fahrrad entlang der Alten Spree.

Beitrag von Ulrike Nagel

Radtour entlang der Alten Spree

Beitrag RBB Brandenburg Aktuell: Home-Office, Kinder zu Hause

Zwei Wochen ist es her, dass Brandenburg Kitas und Schulen wegen der hohen Corona-Infektionszahlen schließen mussten. Seit dieser Woche ist die Kinder-Notbetreuung zwar erweitert worden, auch Kinder von Eltern bekommen sie, bei denen nur ein Elternteil im Gesundheits- oder Pflegebereich arbeitet. Aber wer nicht “systemrelevant” ist, wie wir gelernt haben, muss sich selbst kümmern. Plötzlich ist das wieder Aufgabe der Eltern. Einblicke in den turbulenten Familienalltag bei unserer Reporterin Ulrike Nagel.

Seit März 2020 erlebt unsere Wirtschaft eine Transformation von bislang ungeahntem Ausmaß. Nicht nur Geschäfte, Restaurants und Bars mussten schließen, sondern auch Schulen und Kitas. Millionen gingen in Kurzarbeit oder wurden zur Heimarbeit verdonnert. Homeoffice war angesagt. Weil die Schulen geschlossen sind, müssen in der Corona-Krise jetzt auch die Eltern ran. Das verändert auch den Alltag in den Familien. Die wenigsten Unternehmen und MitarbeiterInnen waren jedoch wirklich darauf vorbereitet. Nicht viel anders erging es den Schulen, die nun Homeschooling praktizieren sollten.

Ulrike Nagel, RBB, Home-Office
Ulrike Nagel’s Beitrag für RBB Brandenburg Aktuell, Kinder zu Hause

Hausunterricht (Homeschooling) ist eine Form der Bildung und Erziehung, bei der die Kinder zu Hause oder an anderen Orten außerhalb einer Schule von den Eltern oder von Privatlehrern unterrichtet werden. Da in Deutschland nicht Bildungspflicht, sondern Schulpflicht besteht und diese im Gegensatz z. B. zur österreichischen Unterrichtspflicht an einen Schulbesuch gebunden ist (Schulzwang, zwingender Schulbesuch), darf nur in Sonderfällen von dem Besuch einer Schule abgesehen und Hausunterricht erteilt werden.

Ulrike Nagel im Beitrag RBB Kinder zu Hause
Ulrike Nagel im Beitrag RBB Brandenburg Aktuell, Kinder zu Hause

In Deutschland war das sogenannte Homeschooling bisher verboten. Doch in der Corona-Krise müssen Eltern den Lernalltag ihrer Kinder plötzlich selbst gestalten….

RBB Abendschau – Ausflugstipp – Bunker in Wünsdorf-Waldstadt

Ulrike Nagel RBB Abendschau - Ausflugstipp - Bunker in Wünsdorf-Waldstadt

RBB Abendschau – Ausflugstipp – Bunker in Wünsdorf-Waldstadt
Fr 07.02.2020 | 19:30 | Brandenburg aktuell & Abendschau

Ein bisschen Sonne, ein bisschen Regen: Das Wetter ist unbeständig, unser Ausflugstipp nicht. Er führt Richtung Wünsdorf, wo die Wehrmacht Ende der 1930er Jahre einen Bunker baute, den nach dem Zweiten Weltkrieg auch die sowjetische Armee nutzte. Noch heute kann er besichtigt werden.

Wünsdorf-Waldstadt bietet grüne Idylle und alleine die reicht ja schon für einen Ausflug. An diesem Wochenende sind aber auch die Überbleibsel der Bunkerstadt zu besichtigen – auf eigene Faust. Wir haben uns schon einmal umgesehen.

Beitrag von Ulrike Nagel

Ulrike Nagel RBB Abendschau - Ausflugstipp - Bunker in Wünsdorf-Waldstadt
Ulrike Nagel RBB Abendschau – Ausflugstipp – Bunker in Wünsdorf-Waldstadt

Podcast De Dag: ‘Oost-Berlijn was een soort klein paradijsje’

Brandenburger Tor in Berlin 1989

Op 9 november 1989 gebeurde er in Duitsland iets dat de bevolking voor lange tijd onmogelijk hield: de grens tussen Oost en West was er ineens niet meer. De Muur werd doorbroken en vrij reizen was in een klap een feit.

Ulrike Nagel groeide als een gelukkig kind op in Oost-Berlijn. Ze was tien toen het IJzeren Gordijn viel. In De Dag blikt ze terug op die tijd en hoe het was toen ze voor het eerst in West-Berlijn kwam. “Iemand drukte wel vijftig rietjes in mijn handen bij de McDonald’s en zei: ‘die mag je hier gratis meenemen!’.”

NPO Radio 1 logo

De grensovergangen waren dertig jaar geleden dan wel open, de Muur en alles daar omheen stond er nog. Er was in heel Europa maar één bedrijf met een enorme betonknipper die de klus kon klaren en dat was Stolwerk in Breda. Sjef Snelders werd naar Berlijn gestuurd en hij vertelt hoe dat was.

De vieze, geliefde Trabant voorgoed van de Duitse weg?

In Berlijn zijn oude dieselauto’s verboden, maar de stinkende Trabant rijdt gewoon nog rond in de binnenstad. Het wagentje is nog altijd de trots van de Oost-Duitsers. De vraag is hoe lang nog, want de politiek mengt zich inmiddels in de discussie.

Het sturen gaat zwaar, het schakelen is lastig. De carrosserie is een mix van katoen en hars en voelt een beetje als hard karton. Kortom nul comfort, maar het bracht je wel op je bestemming.

Item RTL Nieuws Berlijn, Trabant

Luxeproduct tot 1989

“We noemden ‘m Rennpappe, een kartonnen racedoos”, vertelt Ulrike Nagel (40) die in het voormalige Oost-Duitsland is geboren. Als kind zat ze vaak op de achterbank. “We hadden een witte, met een blauw dak, die we hadden overgenomen van oma.”

Al oogt hij wat armoedig, de Trabant was tot aan de val van de muur in november 1989 nog altijd een luxeproduct. Je moest er flink voor sparen en erg lang op wachten. Na je bestelling kon het gerust tien jaar duren voordat je de sleutel kreeg.

‘We hadden niet eens een telefoon’

Nagel: “Wij hadden thuis niet eens telefoon, dus je kunt wel nagaan hoe bijzonder een auto was.” Ulrike was een jaar of acht toen er bij haar ouders voor het eerst een eigen auto voor de deur stond.

Ulrike Nagel in 1988, ongeveer 9 jaar oud in DDR met Škoda
Ulrike Nagel in 1988, ongeveer 9 jaar oud: “Ik heb helaas geen foto waar ik op sta met onze Trabant. We maakten niet zoveel foto’s toen. De auto op de foto is een Škoda.”

De Trabant rijdt ondertussen nog altijd rond in Berlijn. Je hebt de liefhebbers, maar het zijn vooral toeristen die een rondje maken. Bij het verhuurbedrijf Trabi-safari hebben ze er 35 staan. De concurrent heeft er zelfs honderd.

Techniek uit de jaren zestig

Als je instapt keer je een beetje terug naar de begintijd van autorijden en ondertussen tuf je langs de bezienswaardigheden van Berlijn.

Onder de kap een tweetaktmotor. Uit de uitlaat komen blauwe walmen, de restanten van verbrande olie en benzine. Het is techniek uit de jaren zestig. Een tijd dat er niet nagedacht werd over CO2- en stikstofuitstoot.

Dat is anno 2019 wel anders. Een Berlijns raadslid wil een einde maken aan het vervuilende brommertje op de weg. Het is volgens hem niet meer van deze tijd.

Een lelijk eendje?

Duitsland-correspondent Jeroen Akkermans geeft de plannen om de auto te weren ook weinig kans. Daarvoor is het autootje te geliefd, denkt hij. Wij zien een lelijk eendje, maar veel inwoners zien een pronkstuk rijden, een levend relikwie van de DDR, zegt Akkermans.

Lutz Nagel met Trabant
Een foto met de vader van Ulrike in 1991. Achter de gele Trabant van vrienden staat de Trabant van de familie Nagel. Na de val van de muur gingen ze samen op vakantie naar Denemarken.

Toen op 9 november 1989 de muur viel stapten Oost-Duitsers massaal hun Trabant in en staken ze in lange rijen de grens over. De vrijheid tegemoet. Ulrike heeft dan ook warme herinneringen aan hun maatje. In 1991 gingen ze voor het eerst op vakantie naar een ander land. Met de Trabant op de boot naar Denemarken.

‘Nog maar een paar’

Ulrike woont, na jaren in Nederland te hebben gewoond, weer in Berlijn. Als het aan haar ligt blijft de Trabi daar door de straten rijden. “Het zijn er nog maar zo weinig, en er worden ook geen nieuwe meer gebouwd.”

Waar bevalt het beter? – Deel II

In samenwerking met Duitslandnieuws.nl

Gefeliciteerd, je dochtertje is geboren. Wat ging er tijdens de bevalling anders dan in Nederland?


In mijn geval is dat niet helemaal de juiste afspiegeling van hoe het hier gaat, want ik koos tegen de Duitse trend in voor een thuisbevalling. Omdat ik in Nederland twee keer thuis ben bevallen, hoefde ik ook deze keer eigenlijk niet zo nodig in het medisch circuit terecht te komen. In Duitsland thuis bevallen is vrij uitzonderlijk; landelijk doet dat maar 2% van de vrouwen, in Berlijn 3% en dat schijnt al een hoog percentage te zijn. Er zijn ook amper verloskundigen die thuisbevallingen doen, landelijk zo’n 380, dat is verbazingwekkend weinig op een bevolkingsaantal van 82 miljoen.


Normaal gesproken gaan Duitse vrouwen naar het ziekenhuis of het geboortehuis zodra de weeën beginnen. Je mag er eerder naar toe dan in Nederland – daar vang je de weeën zo lang mogelijk thuis op – en je mag er ook na de bevalling langer blijven. De meeste vrouwen die ik ken, blijven zeker zo’n drie tot vier dagen in het ziekenhuis, ook als hun kindje helemaal gezond is. Dat heeft weer te maken met de Duitse hang om risico’s te vermijden, maar ook met het feit dat je hier geen kraamverzorgsters hebt. De eerste prille dagen hebben zij hun kraamweek dus eigenlijk in het ziekenhuis, met begeleiding van de zusters en eventueel je eigen verloskundige (Beleghebamme, heet dat hier, zij doet ook vaak de bevalling in het ziekenhuis, alleen als er iets mis gaat, neemt de gynaecoloog het over).


Bij mij ging het dus niet zo heel veel anders dan in Nederland, de verloskundige kwam op tijd en helemaal op het eind kwam er een tweede verloskundige bij, een collega van haar.


Wat vind je beter, wat slechter?


Ik ben nu natuurlijk zelf niet naar het ziekenhuis geweest, maar ik vind de Nederlandse gedachte dat moeder en kind het beste thuis kunnen herstellen na de bevalling, zo snel mogelijk, wel het fijnst. Mits alles goed is gegaan natuurlijk. Daarnaast is de Nederlandse kraamverzorgster een uniek beroep en ik gun zo iemand iedere vrouw  – dus ook iedere Duitse vrouw. Het is echt heel erg jammer dat het hier niet bestaat. De verloskundige komt ook wel iedere dag, maar zij helpt niet met het huishouden of je oudere kinderen. Er is een huishoudelijke hulp die je kan aanvragen, maar dat doen vaak alleenstaande vrouwen of vrouwen die een hele moeilijke bevalling hebben gehad. En omdat er geen kraamverzorgster is, is er ook veel minder begeleiding bij het voeden.


Mijn verloskundige begreep bijvoorbeeld het concept van kolven na de bevalling niet echt. Ik heb een elektrische kolf (zoals heel veel vrouwen in Nederland, omdat ze meestal na drie, vier maanden weer aan het werk gaan, maar nog wel borstvoeding willen blijven geven). En in Nederland ging ik meteen op dag 2 na de bevalling kolven om de melkproductie beter op gang te brengen (op advies van de kraamverzorgster, die daar ook echt wel alles van weet in de meeste gevallen). Opgetrokken wenkbrauwen bij mijn Duitse verloskundige, want zij was van mening dat je baby vaker aanleggen wel voldoende moest zijn. Mijn dochter Elise was een paar dagen later meer afgevallen dan ze mocht en komt nu maar heel langzaam aan. In week 2 koos ik er dus alsnog zelf voor om bij te kolven – en dat hielp meteen.


Weet je of er verschillen zijn per deelstaat?


Ik weet niet exact hoe het per deelstaat gaat, maar de trend is landelijk dat er steeds minder zelfstandige verloskundigen zijn. De meesten die dit beroep nog kiezen, werken in vaste dienst van ziekenhuizen. Er zijn amper meer praktijken met verloskundigen zoals in Nederland, omdat ze het geld voor de verzekering niet meer kunnen opbrengen. In heel Duitsland is er één aanbieder die verloskundigen verzekert voor de periode dat ze bereikbaar moeten zijn voor de moeders die gaan bevallen en die vraagt meer dan 4000 Euro per jaar per verloskundige. Een deel krijgen ze terug van de ziektekostenverzekeraars, maar niet genoeg, vinden de verloskundigen zelf.


Daarnaast is er landelijk nog een probleem: overal in het land (en vooral óp het land) sluiten geboorteafdelingen van kleinere ziekenhuizen. Over de gehele linie sterven er in Duitsland nog steeds meer mensen dan er worden geboren, en dus willen en kunnen veel ziekenhuizen dure geboorteafdelingen niet meer bolwerken. Dat leidt echt tot gekke taferelen in kleine steden en dorpen. Omdat er ook amper verloskundigen zijn, moeten zwangeren dan al twee weken van tevoren naar een grote stad afreizen om daar ‘in te checken’ in het ziekenhuis en op de bevalling te wachten (bijvoorbeeld het eiland Sylt: je moet dan naar het vasteland om te bevallen.

Of je moet het op de koop toe nemen dat je eerst een uur of anderhalf naar het volgende ziekenhuis moet rijden – geen fijne gedachte als je hoogzwanger bent, lijkt me.


Wat ik er niet aan begrijp – thuisbevallingen bijvoorbeeld kosten de ziektekostenverzekeraars veel minder geld dan een bevalling in het ziekenhuis. En toch moet je voor een thuisbevalling dus zelf bijbetalen, terwijl je een ziekenhuisbevalling volledig vergoed krijgt. Iets aan dat systeem klopt niet, het is niet logisch.


Duitsland wil graag iets doen aan de vergrijzing, is het daarom ook beter geregeld voor moeders (jonge gezinnen)?


Absoluut. Ze hebben zo ongeveer alles uit de kast getrokken om meer kinderen geboren te laten worden. Gek genoeg blijft het aantal toch nog steeds steken onder het Nederlandse gemiddelde, alleen Berlijn en Hamburg scoren hoog qua geboortes de laatste jaren. Kinderopvang is in Berlijn gratis vanaf 3 jaar (en vanaf 2017 zelfs gratis vanaf 1 jaar), je kan een heel jaar vrij nemen (oplopend tot 14 maanden als de vader ook twee maanden ouderschapsverlof neemt) en krijgt dan 67% van je laatste salaris doorbetaald. Dat is een hele luxe regeling die zelfs voor freelancers bestaat. Je laatste belastingaangifte bepaalt dan wat je van de overheid krijgt in dat babyjaar, met een maximumbedrag van 1800 Euro per maand. En in diezelfde periode vervallen ook je ziektekosten, dus je bespaart ook nog eens snel zo’n 500 Euro per maand, ziektekosten zijn hoog in Duitsland.


Daarnaast krijg je ook nog eens 180 Euro per maand per kind, Kindergeld, kinderbijslag. In Nederland is dat maar een fractie van dit bedrag. Duitsers weten vaak niet hoe goed ze het hebben, en eerlijk gezegd vraag ik me ook iedere keer af waar al deze kosten van betaald worden. En ook vooral waarom de Nederlandse staat dan nietietsjemeer kan uittrekken voor ouders en gezinnen, want eigenlijk is Nederland een veel vriendelijker land voor kinderen, dat heeft met de mentaliteit te maken, denk ik. Financieel is het hier voor gezinnen dus echt wel goed geregeld, ik zou heel graag willen dat de ministers van beide landen daar eens over om tafel gaan.


Je kan dus als vrouw een heel jaar lang vrij nemen voor je baby, meestal moet het ook wel, want de kinderopvang in Berlijn neemt zelden kinderen onder 1 jaar aan. Ik heb in dit geval een kinderopvang die dat wel doet, maar ik heb ook al heel vaak van mensen gehoord dat ik wel gek ben als ik niet dat hele jaar vrij neem. Als freelancer heb je de luxe dat je dat ook tussendoor nog mag bepalen, als je een grote opdracht hebt, kun je bijvoorbeeld een maand pauzeren en weer aan het werk gaan en na die maand laat je het ‘Elterngeld’ weer ingaan. Ik moet het wel allemaal nog aanvragen en weet dus niet of het echt van een leien dakje gaat, maar de regeling ziet er op papier erg goed uit.

Heb je nu in Duitsland te maken met meer papierwerk dan in Nederland?


Ja en nee. Als je als ongetrouwd stel bij het Jugendamt binnenloopt zodat de vader zijn kind kan erkennen (hetzelfde als in Nederland), dan treed je echt een kantoor binnen met een grote hangkast, met daarin allemaal dossiers met heel veel papier. Dat lijkt dus in eerste instantie onwijs ouderwets, er wordt weinig digitaal gedaan.

Daartegenover staat dat er genoeg ambtenaren zijn die je heel vriendelijk te woord staan en de boel best wel snel voor je regelen, met een glimlach en persoonlijke aandacht. Het oogt dus allemaal wat zakelijker en achterhaald op het eerste gezicht, maar in essentie moet je dezelfde administratieve dingetjes regelen. Een deel van de geldzaken verloopt via je ziektekostenverzekeraar en dan hangt het er maar vanaf bij wie je verzekert bent. Ik heb een hele goede die heel snel reageert en goed te bereiken is. En waar ook veel dingen digitaal kunnen. Het Elterngeld moet je wel per brief en met veel papierwerk en ‘bewijsmateriaal’ aanvragen – dat is omslachtiger dan in Nederland. Maar je krijgt dan ook geld van je overheid, dus dat heb ik er graag voor over.


Heb je in Duitsland andere tradities rond zwangerschap en bevallen?


Ja. Die zijn er amper. En dat vind ik heel erg jammer. In Nederland gaat de vlag uit na een bevalling, vliegen er ooievaren door de ramen, worden ballonnen opgehangen, borden met de voornaam in de tuin gezet – voor iedereen in de buurt is het een feestje als er een kindje wordt geboren. Sommigen vinden dat in Nederland overdreven, maar ik waardeer het enorm.

In mijn appartementencomplex hier in Berlijn zijn de afgelopen jaren drie baby’s geboren – nou, daar krijg je dan gewoon helemaal niets van mee. Geen ballonnen, geen versiering en ook bezoek krijgen Duitse vrouwen die bevallen zijn, pas veel later. Dat iedereen de eerste dagen binnen komt vallen, zoals gebruikelijk in Nederland, is hier Not Done. Moeder en kind worden zoveel mogelijk met rust gelaten. Ik snap het op zich wel, maar ik vind het prachtig dat Nederlanders er zo’n feestje van maken. Beschuit met muisjes, luiertaarten, kraammanden, kaartjes in de brievenbus – dat is hier toch allemaal wat killer en nuchterder, heel jammer. Wij hebben de versiering nog steeds aan de deur hangen en hebben ook ballonnen aan het balkon gehangen – wat dat betreft ben ik helemaal Nederlands geworden.


Hoe is de zorg geregeld na de bevalling?


Omdat de kraamverzorgster dus niet bestaat, krijg je dagelijks bezoek van de verloskundige. Zij weegt de baby en onderzoekt de stand van de baarmoeder. En dat is het zo ongeveer. Ik was er enorm verbaasd over na de bevalling: indeel 1kon je lezen wat voor onderzoeken je hier in Duitsland allemaal hebt voor de bevalling, maar na de bevalling wordt er hier veel minder onderzocht dan in Nederland. Vanuit Nederland was ik gewend dat er een zorgdossier is voor moeder en kind. Daarin noteert de kraamverzorgster iedere voeding, de huidskleur van de baby, de temperatuur van moeder en kind, de kleur van de poep. Iedere dag in die eerste week. .

Hier is er geen één keer temperatuur gemeten – niet van Elise en ook niet van mij. De verloskundige kijkt ook naar huidskleur en dat soort dingen, maar bijvoorbeeld niet naar de luiers en de poep van de baby (in mijn geval dan). Ze vroeg gewoon aan mij hoe dat eruit ziet. Dat gaat in Nederland wat preciezer, een kraamverzorgster kijkt dat echt allemaal exact na. Hier had mijn verloskundige wel een soort dossier, maar dat staat alleen maar op haar eigen papier, het is geen boekje dat ik vervolgens mag houden.

Onlangs heb ik het Nederlandse zorgdossier van mijn tweede kind er eens bij gepakt om te lezen wat er allemaal in stond. En nu heb ik dat echt als houvast als het om de voeding gaat – ik vind het toch erg goed dat het allemaal zo precies is opgeschreven die eerste dagen na de bevalling.


Ik heb het geluk dat mijn moeder bij mij om de hoek woont. Zij kende mijn verhalen van de kraamverzorgsters in Nederland en heeft die ook zelf meegemaakt bij mijn eerste kinderen – daarom heeft zij zoveel mogelijk overgenomen die eerste week en heb ik de kraamverzorgster zelf dus amper gemist.


Waar is het beter?


Ondanks alle discussies: ik zou ervoor zijn om het ideale midden tussen beide systemen te vinden. Vóór de bevalling: Naar de verloskundige als alles goed gaat, maar in Nederland wel sneller doorverwijzen naar de gynaecoloog, gewoon om soms het zekere voor het onzekere te nemen, het ‘natuurlijke’ slaat af en toe te ver door. En in Duitsland zou het er wat relaxter aan toe kunnen gaan, artsen zouden ook wel eens geruststellende opmerkingen mogen maken, iets meer meeleven met iets dat zo mooi is, niet alleen maar bezig zijn met de risico’s. Soms zijn ze simpelweg bezig met zichzelf in te dekken: ‘Ik heb alles onderzocht, aan mij heeft het niet gelegen als het misgaat’. Dat vind ik jammer. Zwanger zijn is geen ziekte, maar er kan genoeg gebeuren. Het is niet zwart-wit en het kan omslaan als een blaadje aan de boom. Een goede zorg zou dus net zo flexibel moeten zijn en dus moeten artsen en verloskundigen echt allebei het belang van de zwangere voorop stellen. Zowel in Nederland als in Duitsland zitten ze nog veel te veel op hun eigen eilandje.

En na de bevalling: Nederland moet eens kijken naar hoe Duitsland gezinnen financieel ondersteunt – daar is heel veel te verbeteren. En Duitsland mag ook kijken naar Nederland waar het gaat om de begeleiding door verloskundigen en vooral kraamverzorgsters – ook wat dat betreft kunnen ze dus nog behoorlijk wat van elkaar afkijken.