Nieuwegein zoekt nieuwe plek afgebrand Bouwgein (radio-live reportage)

Nieuwegein is op zoek naar nieuwe locaties voor de activiteiten van Stichting Bouwgein.

Het activiteitencentrum aan de Hoveniersweide is vannacht volledig afgebrand, zes maanden nadat de bouwspeeltuin van Bouwgein is heropend.

Burgemeester De Vos heeft vanmorgen direct een bezoek gebracht aan de vrijwilligers van Bouwgein om ze een hart onder de riem te steken.

Bouwgein bood onder meer onderdak aan kinderopvang en buitenschoolse opvang en die faciliteiten moeten zo snel mogelijk op een andere plek worden voortgezet. De politie vermoedt brandstichting.

Radio-reportage Ochtend deel 1
Radio-reportage Ochtend deel 2
Radio-reportage Ochtend deel 3

BRAND IN BOUWGEIN

De melding van de uitslaande vlammen aan de Hoveniersweide kwam rond 4.00 uur vanmorgen binnen. Even voor 5.30 uur had de brandweer het vuur onder controle. Het gebouw van Bouwgein, met zes zalen en een keuken op een totale oppervlakte van 500 vierkante meter, was niet meer te redden. De brandweer liet het gecontroleerd uitbranden.

Ulrike Nagel Radio-reportage Bouwgein live (s'ochtends)

De bouwspeeltuin van Bouwgein werd afgelopen zomer na een grote renovatie heropend. In oktober won de speeltuin een prijs van 10.000 euro in een wedstrijd van de Rabobank voor regionale projecten. In het gebouw was sinds drie weken ook een kinderopvang gevestigd. Ook de naschoolse opvang in het centrum moet op zoek naar nieuw onderdak.

Stichting Bouwgein wordt niet gesubsidieerd door de gemeente en draait voor een groot deel op vrijwilligers en sponsors. Verslaggever Ulrike Nagel sprak vanmorgen bij de brand onder meer met stichtingsvoorzitter Martin Koot, die met andere toegestroomde vrijwilligers verslagen moest toekijken hoe het werk van vijf jaar in vlammen op ging.

NS: ‘Iedereen komt thuis’

De treinen blijven vannacht tot een uur doorrijden om iedereen te kunnen vervoeren. Als er dan nog gestrande reizigers zijn, wordt geprobeerd om die op een andere manier naar huis te krijgen. Verslaggeefster Ulrike Nagel op station Utrecht Centraal.

Ulrike Nagel live op het NS-station Utrecht.

Rond Utrecht, waar donderdag de grootste problemen ontstonden, rijden vanavond pendeldiensten om de mensen op weg te helpen. De normale dienst wordt donderdagavond niet meer ingevoerd. ProRail streeft er naar vrijdagochtend met een normale dienst te kunnen beginnen, aldus de zegsvrouw.

Volgens haar zijn de problemen ontstaan door een samenloop van omstandigheden. Sneeuwval, enkele calamiteiten en logistieke problemen veroorzaakten opstoppingen rond Utrecht. ,,Daardoor hebben we de dienst enige tijd moeten stilleggen,” aldus de woordvoerster. Rond negen uur stonden nog honderden mensen in het station te wachten op een trein. In de loop van de avond werd het minder druk en wisten de meesten toch een trein te vinden.

Ulrike Nagel op Utrecht Centraal
Ulrike Nagel, RTV Utrecht

Ich bin ein Provinzberliner

Nu weet ik het. Ik ben maar een provinciaaltje. Wat ik stiekem niet graag wil toegeven, staat vandaag gewoon zwart op wit in een Berlijnse krant.

De Berlijner is – anders dan alle bezoekers en toeristen in de stad denken – eigenlijk maar een dorpsbewoner. Verder dan zijn eigen Kiezkomt ie niet. Als hij naast een Beier in de S-Bahn zit, walgt ie van zoveel buitenberlijnse invloeden.

De hele Prenzlauer Berg wordt bevolkt door Westduitse Yuppen, te herkennen aan hun Bugaboos. Met kerst kun je daar pas prima parkeren, want dan is iedereen weer ´naar huis´, naar Keulen of Paderborn of Freiburg. De Berlijner krijgt heel veel rimpels op zijn voorhoofd als hij aan Prenzlauer Berg denkt.

En ik hoor dus ook bij het genus dat zijn eigen stad minder goed kent dan de gemiddelde toerist. Geef ik bij deze ruimhartig toe. Nee, ik weet niet goed welk hotel mooi is om in te overnachten (dat doe ik namelijk nooit). Nee, ik weet ook niet waar je goed kan stappen (dat doe ik namelijk ook bijna nooit). Ja, ik weet wel een paar goede cafés, maar jouw reisgids kent er meer.

En als ik ergens aan de westkant van de stad moet zijn zoals vandaag, moet ook ik gewoon even op het S-Bahnplan kijken.

Ik weet wel hoe het is om hier iedere dag naar school te gaan. Om dagelijks de Berlijnse krant te lezen. En ik vind het gewoon om in de S-Bahn een boek te lezen in plaats van door het raam zitten staren. Zonder op te kijken weet ik ook waar ik uit moet stappen en buiten het station werkt mijn ingebouwde kompas feilloos.

Maar boven alles: ik weet hoe het voelt om hier thuis te zijn.

Oostduitsers 20 jaar na val van de muur terug in Utrecht

In Utrecht was zondag het festival Niemandsland in Utrecht, waarmee de stad de val van de Berlijnse Muur twintig jaar geleden herdacht. U Vandaag stond daarbij stil met een serie reportages van verslaggever Ulrike Nagel.

Zondag kon u onder meer in de Pniëlkerk in Oog in Al praten met Oostduitsers over hun leven in de voormalige DDR. Deze kerk heeft al jaren een vriendschapsband met een Oostduitse kerk in de deelstaat Thüringen. Voor mensen uit die kerk was Utrecht jaren geleden de eerste westerse stad die ze zagen… en nu zijn ze hier weer terug.

Zie ook Oostduitsers 20 jaar na val van de muur terug in Utrecht – RTV Utrecht

Utrecht herdenkt val van Berlijnse Muur

Volgende week maandag, 9 november, is het op de dag af twintig jaar geleden dat de Muur in Berlijn viel. Wereldgeschiedenis.

Utrecht heeft op het eerste gezicht weinig gemeen met de Duitse hoofdstad en de stille revolutie van ’89. Toch wordt de val van de muur hier komend weekend groots herdacht tijdens de Culturele Zondag ‘Niemandsland’.

Peter Bijl organiseert “Niemandsland”

Zoveel aandacht voor de Duitse hoofdstad is te danken aan de organisator van het geheel: Peter Bijl. Het afgelopen jaar deed hij er alles aan om het festival ‘Niemandsland’ op poten te zetten. Zodat ook de Utrechters uitvoerig stil kunnen staan bij de val van de Muur.

Er staat dus het een en ander op het programma komend weekend. Onder meer een theaterstuk van Tanja Otolski. Zij kwam vanuit Potsdam richting Utrecht. De reis die Peter Bijl maakte dus de andere kant op.

Bekijk de reportage van Ulrike Nagel.

Haargenau

Vroeger, dat was toen ik met nat haar in een groot bad zat. Thuis. De zeep zat in een netje van zacht plastic. Met gaten erin. Gaf een heel stroef gevoel bij het wassen; pas veel later zou het modern worden en ‘peeling’ heten. Had ik dus als kind al, want douchegel of huidolie waren er niet.

En daarna: pakte mijn moeder de huis-, tuin- en keukenschaar om mijn haar te knippen. Kort. Dat vond ze handig. Als ze me nu met lang haar ziet, zegt ze nog wel eens dat ze het zo leuk had gevonden als ik ook als kind… maar nee, vroeger dacht ze daar heel anders over en moest al dat haar er zo snel mogelijk af.

Dat deed ze zelf, want een kinderkapper hadden we vast ook niet in de buurt. Wel zo handig, met nat haar uit bad, alles bij de hand en aan de slag. Mijn pony werd steevast te kort, en bovendien heel erg scheef geknipt. Mijn moeder geeft gelukkig toe dat ze er geen ster in was.

Nu heb ikzelf een zoon en hoe mooi ik lang haar bij jongetjes van anderhalf ook vind; als ze in de ogen en in het eten gaan hangen, is het toch tijd om er wat aan te doen.

Knippen dus.

De eerste keer gingen we nog naar de kapper. Dat ging goed, maar eigenlijk waren we vooral bezig Max af te leiden met een blauwe auto en 5 minuten later was zijn geduld definitief op. Kostte wel meteen 15 euro.

Dat kan ik beter zelf doen, dacht ik dus. En nu treed ik in de voetsporen van mijn moeder. Ik pak het wel iets professioneler aan, met een kappersschaar van de HEMA. Vriend J. laat Max foto’s op de laptop zien (dat werkt altijd) en ik ga aan de slag met de blonde nekharen. Het gaat verbazingwekkend simpel. Zolang ik alleen maar aan de achterkant knip.

De pony wil hij niet. Alsof ie weet dat het bij mij ook verkeerd ging. Vroeger. Hij verzet zich met handen en voeten, krijst en slaat me van zich af. Nou, dan niet.

Ik wacht tot we in de auto zitten en Max diep in slaap is. Op een hele rustige weg pak ik die laatste ponyplukken die ik nog moet doen en knip er zomaar wat af. Scheef of niet.

Kan hij daar later weer een stukje over schrijven.

89

De val van de muur komt dichterbij.
Twintig jaar geleden. Het was een donderdag, die 9 november, dat hoef ik niet op te zoeken. Ik was 10 en een half jaar oud en merkte niets van een stille revolutie in Leipzig. Dat er duizenden landgenoten gestrand waren in Hongarije: geen idee. En van Schabowski of de Stasi had ik nog nooit gehoord.

Ik lag lekker boeken te lezen op zes hoog zonder lift. En beluisterde Schallplatten in onze Plattenbauwohnung; zo heten de huizen die begin jaren 80 een einde maakten aan de woningnood.

Mijn rode halsdoek lag voorbeeldig in de bovenste la van mijn spaanplaten kastje. Voor onze nationale feestdag op 7 oktober tekende ik honderden blije mensen met rode vlaggetjes. Mijn ‘Abzeichen für gutes sozialistisches Lernen in der Schule’ hing nog net niet boven mijn bed, maar ik was er wel trots op. En toch was ik een materialistisch kind: alles wat ik in november 1989 ambieerde, was een barbie. (Dat kwam door mijn vriendin van één opgang verder, maar dat is een ander verhaal.)

Toen de muur echt viel, sliep ik.
Twee dagen later, op 11 november, stak ik voor het eerst de grens over. Met mijn vader en mijn overgrootoma. Zonder mijn moeder, want die vloog die dag voor het eerst in haar leven naar de kapitalistische vijand – in dit geval was dat IJsland. Ze had maandenlang op haar visum gewacht en toen ze het kreeg, bleek ’t niet meer nodig.

En wij liepen naar de bank, stonden in de rij om 100 DM ‘Begrüssungsgeld’ op te halen en gaven dat vervolgens onmiddellijk weer uit. Ik herinner me etalages met metershoge kerstmannen van chocola en dikke rietjes van de McDonalds die je gratis mocht meenemen. Diezelfde dag nog kreeg ik zo’n roze doos met lange benen in mijn hand gedrukt. Blij wandelde ik weer terug naar huis, naar de oostkant.

Wij hebben er toen geen stukken uit staan hakken; op de beelden van die nacht hoeft niemand te zoeken naar onze gezichten. Mijn moeder was de enige die het late avondnieuws keek. Ze vond het ongelofelijk. Maar is uiteindelijk toch maar naar bed gegaan.

Nu ben ik precies zo oud als mijn ouders toen. En mag ik erover meepraten. Want de val van de muur komt naar Utrecht. Op 7 en 8 november kun je inwoner worden van ‘Niemandsland’. Berlijn en de muur in het midden van Nederland.

Die wereldgeschiedenis gaat ook altijd een beetje over mij. En dus ga ik er nu voor de tweede keer deel van uitmaken.

Dubbele tong

Max groeit tweetalig op.

Althans, is de bedoeling. Zijn eerste woord is al twee maanden ‘auto’. Daar kan hij niet zoveel verkeerd mee doen, immers betekent dat in beide talen hetzelfde. Integratie gelukt. Nou ja, voor even.

In het begin was het raar. Ik woon hier al 11 jaar, en spreek inmiddels 14 jaar Nederlands. Zonder accent, durf ik te beweren, al hoor ik er van menig collega nog wel eens een grapje over. Duits spreek ik alleen aan de telefoon of als ik op familiebezoek ben, dus eens in de twee maanden. En dan moet je dus ineens iedere dag, iedere minuut je moedertaal spreken, anders leert Max het niet.

Want dat staat in de boekjes en de wetenschappelijke tijdschriften: spreek je kind aan in je eigen taal, alleen dan kun je alle gevoelens en emoties ook goed overbrengen. Iedere ouder moet in zijn eigen taal met het kind praten, dan zal hij/zij beide talen even goed spreken. Zonder accent.

Maar wat is je eigen taal als je ineens de derde taal (na Russisch en Engels) zo perfect beheerst dat ie net zo goed je moedertaal had kunnen zijn? Ik moest behoorlijk wennen om in het Duits tegen Max te kletsen.

Gelukkig kwam mijn moeder toen een hele week langs en dat hielp. Met een man op kantoor waren we ineens een Duitstalig huishouden in het Gooi, en sindsdien schakel ik automatisch over op mijn oude moedertaal zodra ik mijn zoontje zie.

Nu is het gek als ik naar een plaatje wijs en ‘Frosch’ zeg, terwijl vriend J. daar een heel ander woord voor gebruikt. Snapt ie dat dan wel? En wat onthoudt hij er uiteindelijk van? Het laat zich nu nog moeilijk raden.

Volhouden, dat is nu het beste advies. Want inmiddels val ik een beetje stil als ik met Max door de stad loop. Als ik in het openbaar Duits tegen hem praat, voel ik me net een toerist. En dus durf ik niet zo goed. Want ik wil geen toerist zijn.

Gehaast gooi ik er dan heel snel een soort excuus in het Nederlands achteraan: “ik voed hem tweetalig op, hoor!”

Wie-o-wie

Ik heb 2 stemmen, staat er op het briefje. Eentje voor de regionale verkiezingen, en eentje voor de landelijke. Al twee weken lang ligt de bruine envelop met inhoud op de kast te wachten tot ik mijn kruisjes zet.

Volgende week zondag zijn er verkiezingen in Duitsland. En aangezien ik mijn paspoort ondanks uitstekende inburgering in dit kikkerlandje nooit heb afgestaan, en dat ook niet van plan ben, hoor ik nog steeds bij de stemgerechtigde Duitse staatsburgers.

Mijn gemeubileerde kamer (dat moet van het Konsulat in Amsterdam om een Duits adres te mogen houden) staat in Doppeldorf Petershagen-Eggersdorf en bij die gemeente hoor ik dus nog steeds te stemmen.

Maar wat? Vier jaar geleden stemde ik op Merkel, omdat ik Duitsland wel een kanselier met een mooi decolleté gunde. Met mijn keuze doorbrak ik toen de familietraditie. Doorgaans stemt mijn familie op de SPD, of anders op de groene partijen. Maar zeker niks met C en ook zeker niks liberaals.

Die C kan me ook nog steeds niets schelen, eigenlijk is het me te traditioneel. En Merkel is de afgelopen maanden zo stil gevallen dat ik niet meer zeker weet of zij nog wel een tweede termijn verdient. De partij met S dan? Net als de PvdA in Nederland – mwa, het zijn allemaal niet zulke duidelijke standpunten. En Duitsland heeft al een behoorlijke grote sociale basis, daar mag eigenlijk wel wat meer liberalisme in…

Dan blijft de partij met F over. De FDP, tegenhanger van de VVD. Liberaal, aangestuurd door een homoseksueel, dus vooruitstrevend. En een sociale faktor kennen ze ook. Maar dan zou ik opnieuw breken met alle familierituelen. “Dat kun je toch niet maken!”, hoor ik ze al zeggen. Maar met vriend J. als ondernemer voel ik nou inmiddels wat meer voor dat soort partijen.

Pfff, die brief moet weg, anders ben ik te laat. De Duitse stemwijzer heb ik ook al geraadpleegd en mijn standpunten komen redelijk met alle drie partijen overeens. Niet makkelijker dus. Een D66, een gulden middenweg, is er niet.

Wat is goed voor Duitsland? Voor het eerst weet ik het echt niet.