Weg


De tuin is af. Verjaardag is gevierd. De koffers zitten bijna dicht. De laarzen ontbreken nog steeds, maar zijn inmiddels vervangen door een paar hippe zomerstappers. We gaan jullie heel even verlaten. Tijd voor de grote vakantie. Lummelen aan grote meren en op boten – dat wordt ons hoofddoel. Tot over drie weken!

De wondere wereld van…

Nee, mijn laarzen heb ik nog niet gevonden.
Maar even iets anders.

Ik ben al aan alles gewend in Nederland. Het warme avondeten, verjaardagsslingers, satésaus, brood dat na drie dagen droog is – het is allemaal vertrouwd en in mijn Duitse bloedbanen gaan zitten.

Maar met een klein Nederlands kindje thuis komen er ineens onwennige taferelen voorbij. Zoals dus kinderverjaardagen.

En met name de zakjes die aan het einde uitgedeeld dienen te worden. Want ‘traktaties’ – dat is een MUST in Nederland.

Zelf jarig zijn en dan uitdelen – dat is de maatschappelijke norm. ’s Neerlands beste winkelketen teert erop, op school wordt het erin gehamerd, de Nederlandse huisvrouw (en ook de vrouwelijke manager, daar niet van) staat te bakken, te naaien, te knutselen, tot ze er dood bij neervalt. Al die kinderen zullen gul worden verwend.

In Duitsland is dat een rare gedachte. Dat je de verjaardagstaart met de anderen deelt – daar kan ik nog een mouw aan passen, dat doen ze daar ook. Maar zelf kadootjes kopen voor de anderen? Terwijl je zelf de jarige bent? Die overladen moet worden met speelgoed, boeken en mooie t-shirts? En dat je moeder dat dan allemaal moet regelen?

Nee, dat kende ik niet.

Al heeft Duitse vriendin S. mijn mijmeringen alweer geloochenstraft. Zij kent het namelijk wel, dat fenomeen. Maar ze woonde dan ook ver ver in het Westen, dicht tegen de Nederlandse grens aan. Zou dat het verschil maken? Dat ze dat in het Oosten niet zien zitten?

In ieder geval heb ik me keurig aan de nationale regels gehouden. Ik heb zakjes gevuld. Met stuiterballen, schuimpjes en verjaardagstoeters. Niet alleen voor de vijf kinderen die gisteren op Max’ 3e verjaardag kwamen feesten, maar ook voor de 15 peuterspeelzaalvriendjes.

Hopelijk weten ze het te waarderen.
Want het zijn niet zomaar uitdeelzakjes.

Het zijn de allereerste uitdeelzakjes van deze Duitse moeder.

Weggetoverd

De tijd die ik aan het typen van dit stukje tekst besteed, zou ik eigenlijk moeten gebruiken om verder te zoeken.

Ik ben namelijk iets kwijt.

Een paar laarzen.

Korte, kleine, hippe, lievelingslaarzen.

(Zoals die links hier, maar dan kleur ‘cognac’.)

En dat terwijl ik best een opgeruimd type ben. Pannen, borden, sieraden en zo wat meer hebben bij mij vaste plekken. En ook al doe ik er wel eens iets langer over om ook daadwerkelijk die ene oorbel terug te vinden – in één van de kastjes of tassen kom ik ‘m dan tenslotte altijd weer tegen.

Maar nu dus die laarzen.

Het logboek:

Voor het laatst droeg ik ze op vrijdag, 6 mei. (Voor zover ik me kan herinneren. De dag daarna werd het namelijk 26 graden en definitief te warm voor de laarsjes.)

En ik weet ook nog waar ik ze voor het laatst gezien heb. In de hoek in de woonkamer. Tussen de lamp en de zwarte speaker. Zeg maar, zo’n 30 cm rechts van de boekenkast.

Daar stonden ze voor het laatst.

En nu? Ik weet niet meer waar ik nog moet kijken.

Alle verdiepingen van ons huis heb ik gehad.

De meest logische plek – in de gang – niks.

Op zolder – niks.

In de aankleedkamer – niks.

In de badkamer, kinderkamer, bijkeuken, garage – allemaal niente.

De laarsjes geven niet thuis.

En zoiets heb ik dus nog nooit meegemaakt.
Dat ik al langer dan een week op zoek ben naar schoenen. Ik bedoel, zeg nou eerlijk: waar kunnen die dan uithangen?

Ondertussen loens ik op de meest bizarre plekken. Achter de kasten, in de kasten, in de tuin (ook niks), bovenop de kasten, achter de deuren, in de speelgoedkisten, in de auto.

Ik denk na en dan denk ik nog eens na en dan nog eens. Maar daar is niks. Ik weet gewoon niet meer waar ik die krengen moet zoeken. Ze lijken van de aardbodem verdwenen.

En nee, ik ben geen wisselschoenenmeisje (wil zeggen: ander schoeisel meenemen naar het werk en die daar dan omwisselen) en stiekem verdenk ik ook nog steeds mijn moeder (die was op bezoek, heeft dezelfde maat en zou ze zomaar in de tas….maar ze bezweert van niet, dus ja.).

Ik hou me aanbevolen voor tips.

Want hoe langer ze weg zijn – hoe liever ik ze terug wil.

Laarsjes? Zeggen jullie even piep?

Volgend project

Wij zijn alweer een tijdje offline. Omdat we zo ontzettend druk zijn. Bijvoorbeeld met ons tuinproject.

Twee jaar lang hebben we op ons terras gezeten zonder ons te ergeren. Als er maar zon is, dan is een tuin al gauw goed. Maar ineens trok er een rookgordijn voor onze ogen weg en bedachten we: dit kan veel mooier! Praktischer, groener, en überhipper dan nu.

Dus zijn we gewoon begonnen. De wit-crème-beige tegels met oranje spikkels hebben we er maar gewoon uitgeramd. Tuinaarde gekocht (waren het nou 20 of 40 zakken?) en gras op rollen besteld.

Toen was het eerste gedeelte al klaar. Hortensia’s in de hoek (die doen het altijd goed zonder dat je ernaar om hoeft te kijken, en ik vind ze ook nog eens mooi). En het gras is groener dan ooit. Prachtig!

Nu moet het andere gedeelte nog. Bestaand terras weg (ook dat: een eitje), aarde afgraven (daar heeft ons een aardig stel met een minigraafmachine bij geholpen, zeer tot tevredenheid van onze zoon en alle andere kinderen in de straat), en dan beginnen aan de bouw van een groot, een zeer groot houten terras.

Nou, dat is dus best een grote uitdaging. Wel een hele gave, want het wordt allemaal gelijkvloers. Een toffe chique vlonder gaan we krijgen. Dankzij vriend J., want dat is de meest handige man op aarde (die het nu dus zelfs lukt om een scheve tuin recht te krijgen.)

Samen met mijn vader heeft ie de afgelopen 48 uur lang geploeterd. Stenen goed gelegd, zand geschoffeld, de waterpas is nu bijna krom van al dat werk.

En nee, het is nog niet af. Maar we gaan gewoon door. Want het is immers een groots project. Met een groots resultaat. Ik heb nu al zin in die mooie bank die we in de hoek gaan zetten.
De zon zal mooier schijnen dan ooit. In onze tuin.

Zelf doen? Dat voelt dubbel goed.