Tonnetje rond op wielen

Ik moest en ik zou.

Vandaag op de fiets stappen.

De lucht zo blauw, de velden nog zo groen, en een draadezel die in de schuur al veel te lang stond te niksen.

Die kans komt niet gauw weer terug. Vóór we het woord ‘winterseizoen’ hebben uitgesproken, zitten we alweer in de slagregens. Dus alle reden om er nog even op uit te gaan en te genieten.

Al is het natuurlijk wel een onderneming in mijn geval. Want een zeven-maanden-buik past niet meer in een fietsshirtje. Gelukkig lag er nog een minder aantrekkelijke witte versie, aan de voor- en achterkant wat langer, zodat de buik er in ieder geval niet uitpiept tussen zeembroek en bovenstuk.

En het zou er natuurlijk ook belachelijk uit gaan zien.

Nou ben ik sowieso al geen schoonheid op mijn racefiets. Die is blauw, mijn broek is zwart, shirt wit, schoenen blauw en de helm gaat daar dwars tegenin met zijn rood-witte strepen. Niet bepaald modieus te noemen.

Tel daar de opgepofte zeven-maanden benen bij op, + natuurlijk – niet te vergeten – die skippybal die erboven hangt = en je hebt een wel heel raar rond geval op de openbare weg.

Ik besloot, mij daar vandaag niets van aan te trekken en gewoon te gaan. Voorzichtig, dat natuurlijk wel. Geen moment zou ik aanzetten. Me geen seconde inspannen. Gewoon mijn doodgewone oude rondje van iets meer dan 20 km draaien.

En dat deed ik. Bij de eerste helling ging ik 18 kilometer per uur, na de afdaling zo’n 26. Het was zondag en dus bejaardenfietsdag en die haalde ik al snel in. Ik ging door met gemiddeld zo’n 22 á 23 kilometer per uur. Dat is langzaam, en toch haal je de recreatieve fietser daar wel mee in. En ik trok ook bekijks van de fietsers aan de andere kant van de weg.

Ze staarden me aan, en daarna nog een keer. Hadden ze daar zojuist een zwangere dame op een racefiets gezien? Dat kon toch niet… jawel, dat kan dus prima.

Ik kreeg meer van die blikken. In Beek stonden best wel veel mensen langs de kant. En in ’s Heerenberg gingen de auto’s extra hard op de rem. Ik probeerde ze zo vriendelijk mogelijk toe te lachen. Kijk maar: ik doe heeeel voorzichtig! Ik trap gewoon een rondje rond, ik zet niet aan, ik span me niet in, ik fiets gewoon! Maar dan op een racefiets. Nee echt, jullie hoeven je geen zorgen te maken…

Toch besefte ik wel degelijk dat het er raar uit moet zien. Want ook al stelde mijn rondje niet zoveel voor, zwanger op een racefiets is niet echt de norm. Een heleboel argumenten dwarrelden door mijn hoofd: Vriendinnen L. en N. zijn verder dan ik en hebben afgelopen weekend nog door het Amsterdamse Bos lopen rennen. Vriendin S. is ook een maand verder en hupst regelmatig met haar zwangerschapsgymklasje door het Wilhelminapark. Zij hebben meer gesport dan ik de afgelopen maanden, want behalve mijn racerondje van vandaag lig ik met mijn buik één keer per week op een matje bij de Mensendiecktherapeute. Dat heeft met bewegen niet zoveel te maken, kan ik jullie vertellen.

Ik had nog een argument in petto: mijn overgrootoma had met een negen-maanden-buik nog kolen staan scheppen. En niemand die daar toen raar van opkeek.

Tijdens de enige echte helling op mijn parcours – die bij ’t Peeske – ging ik dan ook voor het enige echte inspanningsmoment. De buik liet ik rusten – en nee, die raakt de stang bij lange na niet – maar ergens tussen al dat extra vet en vocht rond mijn bovenbenen moesten toch ook nog wat spieren zitten? Die wilde ik wel eens wakker kietelen, voor deze ene keer. Kijken of ze het nog doen.

En dat ging helemaal goed. Mijn kilometerteller gaf (zoals altijd, ook in niet zwangere toestand) 10 kilometer per uur aan. Licht en langzaam klom ik de heuvel op. Traplopen kost me tegenwoordig meer moeite, dacht ik nog.

Uiteindelijk finishte ik 8 minuten langzamer dan voorheen. En dat vond ik best oké. Wat de mensen onderweg er uiteindelijk van vonden, maakt me eigenlijk niet uit.

Ik en de buik hebben genoten.

Kiezkind

Nee, geen dierentuin. En ook geen pretpark. Ja, ok, speeltuinen – dat hebben we wel gedaan. Want die zijn er zat in deze stad. Maar deze week heb ik ook eens de alternatieve kinderroute gekozen.

En die leidt langs winkels en cafés, plekken waar het voor zowel moeder/vader als voor het kind goed vertoeven is. Zonder gebrul, gejank, onrustig heen en weer tollen of trekken aan rok of broek. Die route bestaat!

Begin dan bij het Kinderkaufhausin de Torstraße (U-Bahn Rosenthaler Platz). Speelgoed, kleren, hebbedingen, aparte designs en voor kleine mannen een opgestelde Brio-treinset, waar kinderhanden de brug over het spoor wel duizend keer ongestoord omhoog en weer omlaag kunnen draaien.

Daarna via de Brunnenstraße omhoog naar de Veteranenstraße, stukje lopen (Buggy aanbevolen, anders wordt kind aan het begin van de dag al moe). Frau Tulpe – dat is alleen voor creatieve dames interessant; heren en kinderen gaan zich hier misschien iets sneller vervelen. Alhoewel – toen ik de stoffen met auto- en Straßenbahnprint aanwees, begreep zelfs Max dat het best leuk kan zijn om binnenkort een kussen met Berlijnse voertuigen erop op zijn bed te hebben liggen.

Door naar de Kastanienallee en dan een stuk met de échte Straßenbahn. Ik hoef niet uit te leggen volgens mij dat ´Der Weg ist das Ziel´ vooral voor kleine kinderen geldt. Het maakt Max niet uit waar we naar toe gaan, als we maar zoveel verschillende Verkehrsmittel nemen als mogelijk is.

Dan struinen we door de beroemd beruchte Prenzlauer Berg. De biowijk. Want echt – hoe mooi het hier allemaal ook is, het woordje ´bio´ (als in biologisch) schreeuwt je vanaf iedere hoek tegemoet. Daar moet je tegen kunnen. Zo heeft het verder briljante ´Das Spielzimmer´ Biokäse, Biobrot, Biomilch, Biojoghurt, Biobrause….etc. Één keer dat voorzetsel volstaat hier niet. Maar als je daar overheen kan lezen, dan is deze woonkamer voor kinderen relaxt en tof, want achterin zit een dikke indoorspeeltuin. En ook voorin is een ballenbak, een glijbaan en nog wat van die dingen. Zodat jij ook eens lekker de krant kan lezen.

Met mooi weer loop je tien meter verder naar de Helmholtzplatz, waar een grote speeltuin is, incluis cafévoor kinderen en ouders (met zelfs binnen een zandbak), en buiten auto´s, driewielers en meer van dat gespuis.

Voor de zwangeren onder ons zit om de hoek op de Lychener Straße ´Sexy Mama´. Klinkt stom, maar de collectie is groot, geweldig en niet zo heel erg duur. En ook hier: een uitgebreide speelhoek. Zodat je kan passen, en passen, en passen, en passen, en passen, en …. ok, na drie kwartier wordt het tijd om weer verder te trekken. Of naar huis te gaan.

Je kind (althans: mijn kind) zal in de S- en U-Bahn voldaan in slaap vallen (ook daarvoor is de Buggy handig).

Mocht je toch nog verder willen trekken en je vindt de dag nog niet hip genoeg, ga dan naar Schlesisches Tor en strek je voeten uit op de houten bankjes van Freischwimmer of Club der Visionäre. Eigenlijk überjonge, überspiffy uitgaansgelegenheden met housemuziek. Dat vinden ook driejarigen goed, als de zon maar schijnt, en je hen er appelsap bij serveert.

Bovendien liggen daarnaast oude tramsporen (werkt bij ons heel goed als attractie) en met gras overgroeide auto´s (nog mooier). Kortom, ik denk niet dat het veel hipper kan met kinderen.
Mijn eigen Berlijnse Kiezkind heeft zich in ieder geval uitstekend vermaakt.

En ik ook.